Week 38
16 September
Vannacht om 2 uur word ik wakker van het geschuifel van mijn moeder door de gang. Ik hoor dat ze op haar sloffen het hele huis doorsloft, deuren opent en weer dicht doet. Alles kraakt en piept en er zit geen greintje isolatie in het huis, dus ik kan precies volgen waar ze is en wat ze doet. Dit gaat zo een half uur door. Dan hoor ik de buitendeur. Het regent een beetje. Ik hoor mijn moeder op haar sloffen buiten, vlak onder mijn slaapkamerraam. Ze roept de hond. Het is half drie 's nachts. Ik dwing mezelf m'n warme bed uit, kleed me aan en ga naar beneden. Ik vraag mijn moeder wat ze aan het doen is, zo buiten in haar pyama, in de regen, midden in de nacht. Alleen die vraag is al genoeg om haar lont te ontsteken. De mijne smeult dan al een half uur. "De hond moest een plasje", zegt ze. "Oh, zei hij dat"? "Nee, dat voelde ik gewoon". Ze wil niet naar binnen, terwijl de hond al lang weer binnen is en inmiddels met z'n natte modderpoten bezit van haar bed heeft genomen. Ze begint over de paarden, of die nog moeten eten. "Hé, het is midden in de nacht, alles is verzorgd en jij moet naar bed", probeer ik. Ze gaat eindelijk naar binnen en ik loods haar naar haar slaapkamer waar ik tot de ontdekking kom dat ze de kat heeft laten ontsnappen. Van mij mag die kat gaan en staan waar hij wil, maar mijn moeder wordt zo ongeveer hysterisch als die kat buiten is, dus dat is genoeg reden om hem toch maar op te sluiten. Mijn moeder gaat weer naar buiten en begint luidkeels de kat te roepen. Inmiddels is het kwart voor drie 's nachts. Mijn smeulende lont is nu bijna opgebrand. Ik trek haar aan haar pyama naar binnen en zeg dat ze kou vat. En dan trekt ze de jas van mijn dochter aan, waarmee ze weer naar buiten wil. Ik doe de deur dicht, vergrendel die zo dat ze hem met geen mogelijkheid meer open kan krijgen. En ik zeg dat ze de jas van mijn dochter uit moet trekken. Zij schreeuwt tegen mij en ik schreeuw tegen haar. Het vuurwerk duurt maar kort. Ik doe de lampen uit en ga weer naar bed met het vaste voornemen om haar 's morgens in de auto te laden en bij het eerste verpleeghuis dat ik tegenkom gewoon over de drempel te zetten.
Het duurt tot half vijf voordat ik eindelijk weer slaap. Al die tijd lig ik wakker van de geluiden in huis, van haar pogingen om de deur open te krijgen, wat haar inderdaad niet lukt.
Om negen uur staat H op de stoep. Gelukkig. Maar H krijgt gelijk de volle laag van mijn moeder, die natuurlijk doodmoe en bloedchagrijnig is, al weet ze nauwelijks meer waardoor. Ik word even wakker van het tumult, maar slaap ook snel weer in. Als ik om een uur of elf beneden kom is mijn moeder nog niet op en ik zit een tijd met H te praten over de problematische situatie, die steeds problematischer wordt. We hebben het over slaapmiddelen en of het wel of niet kan om haar die zonder haar medeweten toe te dienen. Ik hou het niet lang vol als dit soort nachtelijke escapades vaak gaan voorkomen. Maar misschien blijft het voorlopig bij deze ene keer.
Om vijf uur komt K en kan ik naar huis om met man en kinderen samen te eten. Als ik bijna thuis bent, belt K dat mijn moeder weer hysterisch loopt te doen over de kat die ze niet kan vinden. En haar frustratie reageert ze op K af. K is op vakantie geweest en ondervindt nu dat mijn moeder niet meer hetzelfde is als vier weken geleden. Ik geef haar wat tips om zo snel mogelijk de kat te vangen en gelukkig krijg ik een paar minuten later een smsje dat het gelukt is, zodat ik tenminste even rustig kan eten.
En als ik dan vanavond om een uur of elf weer terug kom, loopt mijn moeder alweer in het huis rond te spoken. De kat zit in de keuken. Mijn moeder zegt dat hij "een plasje" moest en dat ze hem naar de wc heeft gebracht. De kattenbak staat in haar slaapkamer, maar als ik dat zeg, krijg ik "ja, dat weet ik ook wel hoor, maar hij moest naar de wc, dus daar heb ik hem naar toe gebracht" naar m'n hoofd gesnauwd, gevolgd door "dat snap je toch ook wel?". Ik vergrendel de buitendeur nu bij voorbaat en ga naar boven, in de hoop een beetje slaap te kunnen inhalen zodat ik morgen niet al te comateus aan ons 'weekendje weg' begin.