2 September

Vandaag gaan we een stuk wandelen, mijn moeder, mijn dochter en ik. Halverwege drinken we koffie op een terrasje in het bos en mijn moeder moet, zoals gewoonlijk, naar het toilet. Er zijn 2 toiletten, naast elkaar, met een scheidingsmuur die vanaf de vloer tot ongeveer 1,90 meter loopt. Je kan er dus niet overheen kijken, maar je kan er heel goed 'overheen luisteren'. Erg on-privé vind ik dat altijd, maar goed, dat doet er nu even niet toe. Mijn moeder zit op één van die wc's en krijgt de slappe lach van zichzelf. En dat terwijl er ondertussen anderen gebruik maken van de andere wc. Ze lacht heel hard, is dan weer even stil, moet niesen en schiet prompt weer in de slappe lach. Als ze doorspoelt krijgt ze ook weer de slappe lach. De mensen die uit de andere wc komen, kijken mij met opgetrokken wenkbrauwen, geamuseerd aan en ik moet de neiging om tekst en uitleg te geven onderdrukken. Als ze eindelijk klaar is en ik haar vraag of ze nog even haar handen wil wassen, schiet ze weer in de lach. Als we buiten bij het tafeltje komen waar mijn dochter zit te wachten en de serveerster net aan het afruimen is, zegt mijn moeder "ik had toch nog iets bij me". Ik zeg "ja, je hond" en weer schiet mijn moeder zo hard in de lach dat ze de aandacht van het hele terras krijgt en de serveerster prompt de kopjes uit haar handen laat vallen.
Maar ze is wel uitermate vrolijk en zegt tijdens de terugweg minstens tien keer dat het zo'n geweldige dag is.

3 September

Mijn moeder komt steeds slechter uit haar woorden. Het is niet alleen zo dat ze woorden vergeet, maar ze is steeds meer aan het 'hakkelen', alsof ze het woord nog wel weet, maar het niet meer kan spellen. Ik merk dat ik steeds vaker haar woorden aanvul, "bo... bo ... bro.... ham" wordt dan boterham. Vanmiddag loopt ze in de tuin van het zonnetje te genieten en zegt dan "het is hier echt een papra .... papa ...." en dan is ze geïrriteerd dat ze niet meer op het woord "paradijs" kan komen.
Samen met T proberen we vanmorgen mijn moeder te overtuigen van het nut om een beetje op tijd op te staan. Dat gaat steeds moeilijker en vanmorgen is T er al bijna een uur als mijn moeder eindelijk haar bed uit komt. Alle argumenten worden uit de kast gehaald, maar of het zin heeft betwijfel ik. Mijn moeder blijft er namelijk alleen maar op hameren dat ze nou eenmaal een avondmens is en altijd laat naar bed gegaan is. Maar daar ligt het niet aan, ze gaat vroeg genoeg naar bed. Het is gewoon lastig als ze zo laat op staat, omdat het hele ritueel van opstaan, wassen, aankleden, ontbijten, hond uitlaten zo lang duurt dat dan bijna de hele ochtend voorbij is.

Ze betuigt steeds vaker haar dankbaarheid dat ze "bij ons in huis" kan wonen, zoals zij het steevast omschrijft. Ik weet niet goed of ze echt niet meer weet dat ik in haar huis zit in plaats van andersom, of dat ze het zo benoemt omdat het inmiddels wel zo is dat ze niet veel meer heeft in te brengen in haar eigen huis. Maar ze realiseert zich dus wel dat ze zonder ons niet lang meer thuis zou kunnen wonen. Ik weet nooit zo goed wat ik moet zeggen op dat soort momenten. Dat ik "ook blij ben dat ze in haar eigen huis kan blijven" is maar een halve waarheid, ik zeg er niet bij dat ik niet blij ben dat ik niet in mijn eigen huis kan zitten. De hele waarheid vertellen heeft geen zin. Ik merk dat ik toch wel blij ben met de erkentelijkheid, die ik eerlijk gezegd nooit van haar had verwacht.

5 September

Dat we niet christelijk zijn weet de hele buurt waarschijnlijk al lang, maar na vandaag zeker. Het lijkt de hele dag wel een bouwbedrijf. We leggen meer buitenverlichting aan en er moeten dus diepe geulen in de grond gegraven worden voor de electriciteitkabels. Nu er ook 's avonds laat mensen komen om voor mijn moeder te zorgen, vinden we dat ze op z'n minst wat bijgelicht mogen worden als ze in het donker de hond nog moeten uitlaten. Voor het graafwerk hebben we de jongste met een vriend ingehuurd, kunnen ze lekker wat bijverdienen en doen ze nog eens wat anders dan "gamen". De oudste is met z'n eigen tuin bezig en komt een paar keer met een paar vrienden een aanhanger grond dumpen, die wij wel weer ergens kunnen gebruiken. Mijn man zit op het dak om een dakkapel te schilderen en ik loop het huishouden te runnen, de plee schoon te maken, broodjes te smeren, drankjes in te schenken, eten te koken, de was te doen en ondertussen de ingehuurde bouwvakkers aan het werk te houden (wat uiteindelijk voortreffelijk lukt door van een uurloon over te schakelen op 'een bedrag voor de hele klus'). En omdat mijn moeder steeds maar blijft zeggen dat ze zich zo nutteloos voelt, zet ik haar aan een onschuldig en in mijn ogen simpel klusje: het houtwerk van de ramen met een vochtige doek afnemen. Na vijf minuten vraagt ze: "moeten ze allemaal?", wijzend op de bloemen in de bloembak, die ze met de vaatdoek aan het afpoetsen is. Ik leg het nog een keer uit, doe het nog een keer voor. "O ja", zegt ze, maar weer vijf minuten later is ze weer met de bloemen bezig. Ik laat haar maar. Na een half uur schuift ze aan tijdens de 'schaft' en verzucht dat ze moe is van het harde werken. Ze voelt zich in ieder geval niet meer nutteloos.

Tijdens het avondeten, wat vandaag lekker buiten kan, zitten we dus met zowel mijn moeder als een paar pubers aan tafel. Ze kunnen zich nog beheersen als mijn moeder haar neus snuit in een plastic zakje. Maar als ze de appelmoes in haar glas doet en daar vervolgens met een opscheplepel uit probeert te eten, lopen ze van tafel weg omdat ze hun lachen niet meer kunnen inhouden.
Gisteren heeft mijn moeder me net verteld dat ze het soms in de gaten heeft als ze iets raars heeft gezegd en dat ze dan ook in de gaten heeft dat mensen niets willen laten merken. Ik vraag me af of ze op dit soort momenten, terwijl ze met de appelmoes bezig is, ook ineens door heeft dat ze iets raars doet. Ik wil er dan niets van zeggen om haar het besef van gezichtsverlies in gezelschap te besparen, maar misschien is het nog wel moeilijker voor haar als ze het toch ineens beseft en tegelijkertijd merkt dat niemand er iets van durft te zeggen.