Week 34
16 Augustus
Terwijl ik boven probeer een beetje te werken, vraagt mijn moeder of ik koffie wil. En hoewel ik inmiddels weet dat dat meestal op niets uitloopt, zeg ik om haar te plezieren toch maar "ja lekker, ik kom zo beneden". We gebruiken al heel lang zakjes oploskoffie, vooral omdat iedereen altijd een ander smaakje wil en omdat het makkelijk is. Zou je zeggen. Als ik beneden kom, komt het aroma me al tegemoet ....... héérlijk. Dit keer heeft mijn moeder een nieuw smaakje uitgeprobeerd: het merk is whiskas en het smaakje is zalm. Het staat op me te wachten in een koffiemok met lepeltje en de damp slaat eraf. Ik heb me toch lelijk in haar vergist, ik dacht nog wel dat het haar niet zou lukken om koffie te maken.
Vanmiddag heeft ze het steeds over haar vriendin die in het buitenland woont. Als ik aan mijn moeder vraag of ze haar wil bellen, zegt ze dat het te ver weg is en dat het te lang duurt om daar vanmiddag nog te komen. "Maar je kunt haar bellen" zeg ik, "dat kost geen tijd, en dan kan je toch met haar praten". Ze aarzelt en zegt dan "oja, dan kan ik wel even opbellen om te zeggen dat ik morgen opbel, anders is ze misschien niet thuis". Ik denk dat ze bedoelt dat ze wil bellen om te zeggen dat ze morgen op bezoek gaat. Ze heeft geen benul meer van afstand, maar snapt volgens mij het verschil tussen bellen en op bezoek gaan ook niet meer helemaal. Uiteindelijk bel ik het nummer van haar vriendin en zit ze een minuut of twintig te bellen. Ik versta het taaltje dat ze praten bijna niet, maar hoor wel het woord Alzheimer een keer of 20 vallen. Arme vriendin. Als ze opgehangen heeft, vraagt mijn moeder of ik er morgen ben, want dan kan zij even bij haar vriendin op bezoek. Ik zeg tegen haar dat het wel een week rijden is om daar te komen, of dat ze anders met het vliegtuig moet gaan. Ik zeg niet dat het niet kan, ik zeg dat ze dat maar met haar vriendin moet overleggen als ze haar weer belt. En ik hoop dat dit hoofdstuk weer snel uit is.
17 Augustus
Vanmorgen ruim ik een boekenkast leeg terwijl mijn moeder de hond uitlaat. Naast boeken, die voor het grootste deel stammen uit de tijd van de verhuizing van mijn oma naar een bejaardenhuis, in 1966, staan er ook veel fotoalbums. Ik stapel de fotoalbums op tafel in de kamer, daar komt mijn moeder in ieder geval de dag maar misschien ook wel de rest van het jaar mee door. De boeken belanden achter in de auto. Het is triest, maar aangezien zelfs de kringloopwinkel geen boeken meer wil hebben en er niets bijzonders tussen zit, zijn ze bestemd voor de papiercontainer. Er moet plaats gemaakt worden in huis. Mijn moeder leest geen boeken meer, dat kan ze niet meer, en niemand zit te wachten op dit soort erfenisjes, dus wat moet je er anders mee?? Maar hoe nuchter ik er nu ook over schrijf, het voelt toch niet helemaal goed om zoveel boeken, die ook nog een keer zo lang bewaard zijn, weg te doen terwijl mijn moeder het niet weet en er nooit mee in zou stemmen als ze het wel zou weten. Maar ze weet het niet en ze merkt het ook niet. De betreffende kast zit al jaren, misschien wel tientallen jaren, dicht en ze was de inhoud al vergeten lang voordat ze Alzheimer kreeg. De ruimte die het oplevert kunnen we heel goed gebruiken voor het voorlopig opslaan van nog weer zo'n andere verzameling die alleen maar heilig staat te zijn: de dia's. En zo hopen we ons beetje bij beetje wat meer leefruimte toe te eigenen.
Mijn moeder is inderdaad tot het eind van de middag zoet met de fotoalbums, en dan heeft ze er nog maar 2 van de pakweg 20 doorgebladerd.
Aan het eind van de middag gaan we naar ons huis, om gezamenlijk met mijn man en kinderen te eten, hoewel de kinderen zoals wel vaker op het laatste moment toch andere bezigheden blijken te hebben en niet aanschuiven aan de dis. Onderweg slaat mijn moeder wartaal uit, ik kan er werkelijk geen touw aan vastknopen wat ze bedoelt. Ze heeft het over een zwembad en over de dierentuin, en bij iedereen die ze ziet fietsen zegt ze: "oh, ik kan zo zien dat die er ook bij hoort". Als ik vraag "waarbij?" krijg ik een vaag antwoord als "nou, bij die anderen, dat snap je toch wel". Op een gegeven moment staan we te wachten voor een stoplicht. Zegt mijn moeder: "dat vind ik toch zo mooi hè, die kleuren die die dingen tegenwoordig hebben, zo mooi rood, vroeger hadden ze dat niet, toen hadden ze hele andere kleuren". Ik schiet in de lach, wat moet ik anders? Haar gaan uitleggen dat stoplichten al heel lang rood zijn?
Als we thuis op de bank zitten, kijken we nog even naar een tv-programma over honden, terwijl mijn man bezig is met eten maken. Even later, aan tafel, vraagt mijn moeder waar die hond is. "We hebben geen hond, die hond was net op de tv", zeggen we. "Oh, dus jullie proberen hem alleen maar uit"? "Nee, het was een programma op de tv, het was geen echte hond, nou ja, wel een echte hond, maar die was niet echt hier .......". Het lukt niet om het uit te leggen. Uiteindelijk lukt het gelukkig wel om haar aandacht naar een ander onderwerp af te buigen. Mijn moeder doet raar, ze lacht af en toe bijna hysterisch als je iets zegt, net of ze je uitlacht, maar het is volgens mij omdat ze de dingen die ze hoort niet goed meer begrijpt, of ze denkt dat je iets anders zegt.
Ze is de afgelopen week hard achteruit gegaan, dat merken we elke dag weer.