Week 33
10 Augustus
Ik heb me opgegeven voor een cursus fotografie, samen met de buurvrouw. Het gaat me er niet om dat ik een hoop wil leren, maar vooral om 's avonds even weg te zijn, bezig met wat anders dan mijn moeder en om meer contacten te krijgen met 'normale' mensen in de buurt. Tenslotte ben ik hier ook zomaar neergestreken en mijn sociale netwerk is nou niet bepaald om over naar huis te schrijven. Als ik tegen mijn moeder zeg dat ik me voor die cursus heb ingeschreven, is haar reactie niet "oh, wat leuk" (wat ik overigens ook niet van haar had verwacht, hetgeen niets met haar Alzheimer te maken heeft, maar dit terzijde), nee, haar onmiddelijke reactie is "oh, kan ik daar ook naar toe dan?". Er ontspint zich een hele vervelende discussie. Ik heb helemaal geen zin om mijn moeder op sleeptouw te nemen naar een cursus waar ze toch niets van snapt, maar dat moet ik iets diplomatieker zien te brengen. Dus ik zeg dat het alleen maar is voor digitale fotografie en dat je ook verstand van computers moet hebben. Dat heeft ze niet en dus wordt ze boos "alweer iets wat alleen maar voor rijke mensen is". Ze blijft erover door zeuren, vraagt "wat moet je allemaal voor die cursus hebben", waarop ik voor de zoveelste keer herhaal dat je een digitale camera en een computer moet hebben. "Oh, en dat heb ik zeker niet". "Nee, dat heb je niet". "Heb je verder niets nodig"? "Nee, verder heb je niets nodig". En dan weet ze toch weer op een hele creatieve manier haar gelijk te halen: "Heb je dan geen dingen nodig om foto's van te maken"? Eerst snap ik niet wat ze bedoelt, maar uiteindelijk probeer ik "bedoel je dat je een hond nodig hebt om een foto van een hond te maken"? Ja, dat bedoelt ze dus.
Nu ik haar wel gelijk moet geven, is ze tevreden.
12 Augustus
Ik probeer altijd zoveel mogelijk de administratieve post bij mijn moeder weg te houden omdat ze probeert te snappen wat ze niet snapt en daar dan heel lang over door gaat. Vanmiddag lukt het me niet en heeft ze een brief te pakken van het Centraal Administratie Kantoor. Het gaat over de Wmo (wet maatschappelijke ondersteuning). Mijn moeder komt met de brief naar boven, waar ik aan het werk ben, en begint opgewonden te vertellen dat de brief over haar vader gaat. "Kijk maar", zegt ze, "er staat Wm, dat zijn de letters van mijn vader. Het gaat vast over zijn geld, of dat naar die vrouw is waar hij bij gewoond heeft en misschien krijg ik ook nog wat". Ze laat zich niet wijsmaken dat Wm niets met haar vader te maken heeft. Ze laat zich ook niet voorzichtig vertellen dat haar vader al heel lang dood is. Nee, ze zegt dat ze pas nog bij hem is geweest en dat hij pas een maand dood is. En ze weet het zeker, niet te vergeten. Zelfs als ik haar wijs op de letters in de brief waar letterlijk de betekenis (Wet maatschappelijke ondersteuning) achter staat, maakt dat haar niets uit. Ze weet het zeker en ze wil dat ik ga bellen of ze nog geld krijgt. Tuut tuut tuut ....... er ontstaat een soort kortsluiting in mijn hoofd en mijn lontje raakt opgebrand. Ik verhef mijn stem en zeg heel autoritair tegen haar dat ik het zeker weet, dat iedereen dit soort brieven krijg en dat haar vader al minstens 30 jaar dood is ........ kortom, ik probeer haar te overtuigen, wat natuurlijk helemaal niet werkt. Ze gaat in ieder geval wel weg, al is het dan stampvoetend. Misschien moet ik de richtlijnen voor het omgaan met een Alzheimerpatiënt op mijn eigen website nog maar eens goed lezen. Maar het is ook zo dodelijk vermoeiend af en toe. Ik praat er vanavond nog een tijd met mijn man over, die vindt ook al dat ik dat niet zo handig heb aangepakt. Wat ik dan wel had moeten doen? Niet tegen haar in gaan, niet proberen haar met argumenten te overtuigen, want mijn argumentatie kan ze toch niet volgen. Aansluiten bij haar belevingswereld op dat moment en proberen haar gerust te stellen. Pfffffff, dat is makkelijker gezegd dan gedaan, maar ik moet het toch maar proberen.
Later op de middag is er nog een ander akkefietje dat opvalt. Mijn moeder heeft in haar studententijd een schilderij gemaakt van zonnebloemen. Dat schilderij hangt in haar slaapkamer. In de woonkamer staat een vaas met zonnebloemen. Als we in de kamer thee drinken, zegt ze: "die bloemen houden het toch best een tijd uit, want het is al een hele tijd geleden dat ik dat schilderij heb gemaakt".
Haar tijdsbesef lijkt vandaag wel heel erg van slag. Misschien is dit de voorbode van wat me altijd één van de ergste dingen van Alzheimer heeft geleken: elke keer opnieuw weer moeten horen dat je man (of wie dan ook) dood is, terwijl je denkt dat hij nog leeft.