Week 32
7 Augustus
Vanmorgen ben ik was aan het ophangen in de badkamer en dan komt mijn moeder er aan. Er ontstaat weer zo'n typische conversatie, zoals die steeds vaker voorkomt. "Oh, ben jij al met mijn bed bezig"? vraag ze. "Ehhh, nee, ik ben de was aan het ophangen", zeg ik dan. "Ja, dat zie ik ook wel, maar je bent toch in mijn slaapkamer"? "Nee, dit is de badkamer. Jouw slaapkamer is hier naast". "Ja, dat weet ik ook wel, maar ik wilde net mijn bed gaan opmaken, daarom kwam ik hierheen, maar nu ben jij er al mee bezig". Vervolgens moeten de radartjes in mijn hoofd op hoge snelheid een escape verzinnen uit dit welles-nietes gedoe en zeg ik dat het prima is als ze haar bed gaat opmaken, maar "zullen we zo eerst koffie drinken"?
Als we dan aan de koffie zitten komt de postbode met een paar kaarten van mijn zus. Hardstikke leuk voor haar, denken we nog. Mijn moeder zit eerst een tijd naar de kaart te staren. Dan begint ze met een treurig gezicht te vragen wanneer wij ook al weer bij mijn zus zijn geweest. "Wanneer was dat? Oh, dat is al best lang geleden hè? Toen zijn we samen gegaan hè? De hond was mee hè? Wanneer was dat? Was jij toen ook mee? Hebben we toen bij haar geslapen? Was jij er ook bij? Het was wel leuk hè? Zijn we toen met de auto gegaan?" En zo gaat het nog een hele tijd door en tenslotte vlucht ik naar een pot verf en kwast en ga maar weer een paar kozijnen schilderen. Mijn moeder blijft op de bank zitten, hoofd in haar handen, minstens een half uur. Ze zit te manipuleren. Ze wil dat ik opnieuw met haar in de auto stap en naar mijn zus ga, maar ze durft het niet te vragen. Dat denk ik tenminste. Als de kozijnen klaar zijn, bak ik een ei voor haar en daarmee is het hoofdstuk weer afgesloten.
Vanavond regent het en blijven we na het journaal voor de tv hangen. Er is een film waarbij een meisje met een slimme auto een race wint. Dit is tevens het einde van de film. Mijn moeder gelooft niet dat de film is afgelopen. Het kan gewoon niet volgens haar. "Er is altijd nog meer als iemand wint", zegt ze, "dan komt er toch ook nog applaus en zo". Als ik haar er later eindelijk van overtuigd heb dat de film echt afgelopen is, zegt ze dat het altijd hetzelfde liedje is. "Als een vrouw goed kan auto rijden, willen mannen het zo snel mogelijk vergeten". En dan gooit ze het over een andere boeg: "Net zo als mijn man, die kon het ook niet hebben dat ik goed kon auto rijden". Ze probeert mij ervan te overtuigen dat ze goed kon rijden, blijkbaar vergeten dat ik haar langer dan vandaag ken.
Als ik haar dan eindelijk mee naar de badkamer krijg om haar pyama aan te trekken, verdwijnt ze vervolgens gelijk weer naar de wc "even een plasje doen", waar ze net vanaf komt. Ik wacht geduldig, steeds ongeduldiger, en hoor haar na haar wc bezoek naar haar slaapkamer gaan. Ik roep dat ze naar de badkamer moet komen om haar pyama aan te trekken. Ze komt, heeft de kat in haar armen, meegenomen vanuit de slaapkamer, zet die in de badkamer, trekt vervolgens de deur dicht, zegt dat ik moet oppassen dat de kat niet wegloopt en verdwijnt zelf naar de gang. Ik zet de kat weer in haar slaapkamer, waar hij altijd 's nachts is, en dirigeer onderweg mijn moeder weer naar de badkamer. Ze is steeds vaker de weg kwijt, zowel letterlijk als figuurlijk. Ik ben blij als ze eindelijk in bed ligt.