7 Juli

Maandag is het de eerste keer dat T mijn moeder naar bed helpt en ik bij een vriendin aan de wijn zit tot middernacht. Het voelt alsof ik een kind voor het eerst aan een oppas toevertrouw, maar ook weer niet helemaal hetzelfde. De overeenkomst zit vooral in de hoop dat "het" lukt, dat mijn moeder niet teveel gaat muiten, dat ik niet de volgende dag een lawine van gezeur over me heen krijg. Het gaat goed. Als ik midden in de nacht nog even bij haar ga kijken, slaapt ze nog niet. En als ik even later zelf in bed lig, hoor ik haar naar buiten gaan. Ze blijkt het nodig te vinden de hond nog uit te laten, waarschijnlijk als een soort demonstratie van haar zelfredzaamheid.

Dinsdag sta ik, zoals gewoonlijk de laatste tijd, op de ladder te schilderen en zie vanuit mijn ooghoek dat mijn moeder met een gieter water gooit in de drinkbak van de paarden. Ik zie haar dat twee keer doen. Een kleine gieter en een hele grote drinkbak, zo'n cementkuip. Als ik, in een poging om verantwoorde positieve bekrachtiging te verstrekken, tegen haar zeg dat het wel goed is dat ze die drinkbak bijgevuld heeft (ondanks dat dat niet nodig was, maar dat zeg ik natuurlijk niet), zegt ze dat de bak helemaal leeg was en dat het maar goed is dat ze zo oplettend is geweest, want ik was het helemaal vergeten volgens haar. Fijntjes voegt ze er aan toe dat het niet zo erg is, dat ze zich wel kan voorstellen dat ik het wel eens vergeet en dat zij het wel in de gaten houdt.
Liegt ze nou bewust? Of is ze binnen 2 minuten vergeten hoe de werkelijkheid in elkaar zit? In ieder geval bijt ik op mijn tong en negeer ik haar verhaal. Bij Alzheimerpatiënten kan je toch je gelijk niet krijgen.

Vandaag heeft ze een slechte dag. Ze belt een familielid en dat telefoontje lijkt te ontaarden in een ordinaire familievete, waar mijn moeder de rest van de dag zwaar van onder de indruk is, of eigenlijk zwaar depri. Ze raakt er ook niet over uitgepraat, haalt hele kuddes ouwe koeien uit de sloot, roddelt over van alles en nog wat, en ondanks dat ik haar meerdere keren bezweer dat ik daar helemaal niet in geïnteresseerd ben, draait ze het uiteindelijk zo dat ze zich door mij gedwongen voelde om familiegeheimen te onthullen. Ze voelt zich blijkbaar bij nader inzien schuldig dat ze die verklapt heeft. Het gaat helemaal nergens over, althans in mijn beleving, maar voor haar is het heel groot.
En in die toestand moet ik haar aan de zorgen van H overlaten. Ik bel haar om haar te waarschuwen voor de 'state of mind' van mijn moeder en ik voel me bezwaard dat ik haar opscheep met mijn moeder. Maar ja, ik kan er verder ook niets aan doen en ik ga toch maar naar mijn man en kinderen om daar te eten en de avond door te brengen.
H belt, zoals afgesproken, als ze bijna weg gaat. Het is wel goed gegaan, zegt ze, alleen is nu de kat onvindbaar en mijn moeder, die al in bed had gelegen, is er weer uit om de kat te zoeken. Maar H lost het zelf op en weet, tot twee keer toe, de kat te vangen.
Als ik tegen 11 uur weer terug ben, ga ik even bij haar kijken. Ze heeft duidelijk nog steeds (of alweer) een pestbui. Ze heeft haar kettinkje met naamplaatje nog (of alweer) om en haar gebitsprotheses in, maar als ik tegen haar zeg dat ze die beter uit kan doen, zegt ze dat ik haar moet laten slapen. Pfffffff.