Week 12
16 Maart
Vanmorgen belt mijn moeder al vroeg met de vraag of de hond bij ons is. "Nee, die is niet bij ons. Ik ben niet bij jou, ik ben thuis". Er volgt een warrig verhaal over hondenriemen en halsbandjes die op de verkeerde plek liggen (en oh nee, dat heeft zij niet gedaan, dus wij) en daarom denkt ze dat de hond bij ons is. En nee, ze is de hond niet kwijt, want ze heeft hem vanmorgen al uitgelaten, ze ziet hem alleen even niet. Zucht. Het lijkt wel een soort cryptogram wat ik op de vroege ochtend krijg voorgeschoteld.
Vanmiddag belt mijn moeder weer, dit keer over post die is gekomen. Administratieve post waar ze niets van snapt en voordat ze verzint om daar met instanties over te gaan bellen, besluit ik maar om gelijk naar haar toe te gaan in plaats van vanavond. Het is niets bijzonders en ik ruim de post op. Als post buiten haar gezichtsveld is, vergeet ze het bestaan ervan, maar zodra er iets ligt kan ze er niet over ophouden. Dan probeert ze te begrijpen waar het over gaat en dat lukt niet. Ze heeft totaal geen benul meer van cijfers, dus moet ik steeds alles uitleggen omdat ze het niet snapt en herhalen omdat ze het vergeet. In haar eigen en mijn belang, ruim ik alles dus zo snel mogelijk en zo ver mogelijk weg.
T van de thuiszorg heeft haar net in bad gedaan en daar klaagt ze over. "Dat gedoe elke keer, ze willen me bijna elke dag helemaal schoon schrobben. Ik ben toch niet vies? Ik heb steeds dezelfde kleren aan". Haar logica. Misschien is het in haar beleving elke dag in plaats van elke week. En dat ze steeds dezelfde kleren aanheeft klopt, voor haar is dat blijkbaar een argument om dan niet in bad te willen. Het heeft geen zin om erover te discussiëren. Gewoon over wat anders beginnen, dat werkt beter.
Zondag hebben we een wandeltocht gedaan. Het was maar 5 km en haar hond had in ieder geval geen meter verder gekund. Ze heeft er een medaille voor gekregen en is in haar nopjes. Ik heb een foto van haar afgedrukt en de medaille erbij gehangen op een prominente plek zodat haar oog er steeds op valt en er weer wat gespreksstof is. Dat soort dingen werkt goed. Maar nu begint ze over de vierdaagse van Nijmegen, die mijn man vorig jaar heeft gelopen. Ze vraagt steeds of dat ongeveer net zo ver is. Of het nodig is om daar hard voor te trainen en of hij dit jaar weer gaat. Ik zeg dat hij plannen heeft om dit jaar een meerdaagse tocht door de bergen te gaan maken en ......... daar voelt zij ook wel wat voor. Ze blijft er maar over doorgaan: wanneer we gaan, hoe ver het is, hoeveel dagen lopen, of haar schoenen wel goed genoeg zijn, of er ook heuvels in de bergen zijn (!?)
21 Maart
Vanmorgen blijken de slechte weersvoorspellingen alweer bijgesteld te zijn en we besluiten weer een wandeltocht te gaan doen, net als gisteren. Mijn man moet zijn nieuwe bergschoenen inlopen, eigenlijk moet hij meer zijn voeten inlopen zegt hij en voor mij kan een beetje beweging ook al geen kwaad. Ik bel mijn moeder om te vragen of zij mee wil gaan. Ze is gelijk enthousiast. Maar als ik probeer haar alvast haar schoenen aan te laten trekken, of dan tenminste alvast een boterham te laten eten, strand ik in warrige discussies. Ik geef het op en stel me in op ongeveer hetzelfde ritueel als gisteren.
Ondanks dat mijn moeder me zojuist heeft bezworen dat ze haar hond heeft uitgelaten, is het eerste wat we zien als we binnen komen, dat hij enorm gepiest heeft in de gang. Ze heeft hem dus niet uitgelaten. Ik weet niet of ze bewust of onbewust een andere voorstelling van zaken geeft. Feit blijft dat dit de derde dag op rij is dat ze haar hond niet op tijd heeft uitgelaten, ondanks herhaalde aansporingen daartoe.
Het kost bijna een uur om haar wandelklaar te krijgen. Eerst moet ze een onderbroek uit, ze blijkt er twee over elkaar aan te hebben en dat zit niet lekker. Ik moet erbij blijven om te zorgen dat ze er niet opnieuw twee over elkaar aantrekt omdat ze, zoals ze zegt, een reservebroekje bij zich wil hebben. Ik laat haar een maandverbandje in haar onderbroek plakken en ook daarbij moet ik uitleggen dat die niet in haar spijkerbroek moet en dat de plakstrip tegen het textiel moet en niet omgekeerd. Vervolgens moet ze haar wandelschoenen aan. Dit keer hoeven ze niet vijf keer opnieuw uit- en aangetrokken te worden, zoals gisteren (ohhhhhh, ik dacht echt dat ik gek werd), maar gaan de veters vijf keer opnieuw los en moet ik ze weer vast maken. Ik maak een boterham en chocolademelk voor haar. Ze wil sinds een tijdje geen koffie meer, zegt dat ze dat niet lekker vindt, terwijl ze altijd nogal verslaafd is geweest aan koffie.
En dan kunnen we eindelijk vertrekken.
Het valt ons op dat mijn moeder een beetje typisch gaat lopen, haast een beetje als een robot. Ze loopt wel snel, af en toe kan ik haar bijna niet bijhouden, maar het ziet er vreemd uit, ze helt een beetje naar voren en valt als het ware steeds in de volgende stap. Onderweg doet de zon steeds meer zijn best en mijn moeder krijgt het, net als wij, steeds warmer. Toen we vertrokken wilde ze nog persé haar warme muts op maar uiteindelijk kunnen we haar ervan overtuigen dat die echt niet meer nodig is. Als ik zeg dat ze misschien ook haar trui uit wil, zegt ze eerst van wel en even later vraagt ze of ik gek ben. Het is maar goed dat we dan bijna bij het eindpunt zijn, want ze is inmiddels knalrood aangelopen. We krijgen een medaille. Mijn moeder kickt daar op en vindt dat haar hond ook een medaille verdiend heeft. Ze praat doorlopend tegen haar hond, ik heb geloof ik al eens eerder geschreven dat ik de indruk heb dat ze heel erg projecteert op haar hond. Ze zegt dan bijvoorbeeld dat haar hond zo trots is dat hij zo'n eind kan wandelen, dat hij zo blij is dat hij een uitje heeft en als ze zegt dat hij moe is, bedoelt ze dat ze zelf moe is.
Om een uur of drie zijn we terug bij het huis van mijn moeder waar we thee drinken en Sven Kramer voor de vierde keer wereldkampioen allround zien worden. Mijn moeder vraagt aan mij wanneer mijn moeder van vakantie terug komt. Als ik haar aankijk en vast en zeker ongewild mijn verbazing laat blijken, zegt ze "oh nee, ik ben jouw moeder hè?" Ze bedoelde de moeder van mijn man en richt haar vraag opnieuw aan hem.
Nadat we de beesten, de afvalcontainer, de was en de afwas verzorgd hebben vertrekken we om kwart voor vijf naar huis.
Om kwart voor zes belt ze mij om te vertellen dat ze vandaag geen eten krijgt. Ze praat in de verkeerde persoonsvorm: "ze komen haar geen eten brengen" zegt ze.
Om half zeven bel ik haar weer. Ze heeft dan inmiddels eten gehad en zit tv te kijken. Ik zeg haar dat ik later nog bel om haar eraan te herinneren dat ze de hond moet uitlaten.
Om kwart over acht bel ik haar opnieuw. Het duurt lang voordat ze opneemt en dan hoor ik duidelijk dat ik haar wakker bel. Ze is er lichtelijk verontwaardigd over. Ze lag op de bank te slapen, vindt dat de woonkamer ook een slaapkamer is en op de vraag of ze de hond al heeft uitgelaten, krijg ik een diepe zucht te horen en de vraag of dat nu echt nog moet. Ik zeg tegen haar dat dat inderdaad moet, niet voor mijn lol maar omdat ze wel goed voor haar hond moet zorgen. Als ik opgehangen heb, geloof ik eigenlijk niet dat ze het echt gaat doen, maar dat zullen we morgen wel merken.