16 Februari
De afgelopen week is druk geweest. Mijn moeder is jarig geweest, mijn zus is weer vertrokken. We zijn zondag een stuk met haar gaan rijden door het sneeuwlandschap, daar heeft ze van genoten. Onderweg hebben we geluncht, brood met kroketten voor haar, nadat ik haar had gezegd dat ze de restanten niet mee naar huis mocht nemen zoals de vorige keer. Ze praat steeds tegen haar hond, een mooi voorbeeld van 'projectie': "Fijn hè, dat je mee mag. Daar geniet je van hè? Wat heb je toch weer een geluk. Dat vind je het allerfijnste hè, om in de auto te rijden", zo blijft ze maar bezig tegen de hond, het is bijna vertederend. Als je haar een beetje aandacht geeft, geniet ze van het leven.

Vandaag staat gepland dat mijn moeder naar de dagbehandeling gaat. Het heeft wat voeten in de aarde gehad om haar van het nut ervan te overtuigen maar uiteindelijk wilde ze wel gaan. Ik moet dus vroeg op pad om, door de spits, op tijd bij haar te zijn zodat ze klaar is als ze om half tien door T wordt opgehaald. Het is iets meer dan 30 kilometer maar ik doe er ruim drie kwartier over. Als ik er ben, zet ik eerst de kachel hoog en water op voor koffie, en dan komt mijn moeder uit de slaapkamer gestommeld. "Wil je even afbellen, want ik heb echt geen zin, ik ben moe", is het eerste wat ze zegt. Ik probeer haar op andere gedachten te brengen, zeg dat ze eerst even rustig koffie moet drinken om wakker te worden, maar ze is onverzettelijk en gaat gewoon terug naar haar bed om er niet meer uit te komen, wat ik ook probeer. Ik ga eerst de beesten verzorgen en bel dan T, die zegt dat zij het wel zal proberen, maar even later, als zij er is, lukt het haar ook niet, ondanks de mededeling aan mijn moeder dat ze haar kansen verspeelt en dat nu anderen op de wachtlijst aan de beurt zijn als zij steeds weer smoesjes heeft en niet wil gaan. Het helpt niet. Ze lijkt wel een puber die geen zin heeft om naar school te gaan, op zich wel herkenbaar en zelfs begrijpelijk, maar ik kan er bij haar niet meer tegen, ik heb al een paar echte pubers en dat is echt genoeg. Ik ben kwaad en laat dat ook merken, voordat ik weer naar huis ga.

Vanmiddag om kwart voor drie bel ik haar omdat ik wil weten of ze de hond nog heeft uitgelaten. Het duurt lang voordat ze opneemt. Ze lag nog in bed, zegt ze. Ze heeft nog niets gegeten, niets gedronken en uiteraard de hond ook nog niet uitgelaten. Ik zeg niets meer over vanmorgen, maar wel dat ze zich nu moet aankleden en de hond moet gaan uitlaten. Ook zeg ik dat straks de thuiszorg komt om haar eten te verzorgen.

Om half zeven belt mijn moeder met de mededeling dat ze de hond heeft uitgelaten en dat er een vreemde is geweest van de thuiszorg. Ze zegt dat T zeker boos op haar is en niet meer wil komen. Ik leg haar uit dat T vanmorgen is geweest en maar één keer per dag komt en ik vraag haar of ze heeft gegeten. "Nee, die mevrouw had geen eten bij zich, dus ze is weer weg gegaan", zegt ze. "Heb je dan helemaal niets gegeten?" vraag ik. Jawel, ze heeft wel gegeten, die mevrouw heeft brood voor haar gesmeerd. Eigenlijk had ze een kant-en-klaar maaltijd uit de koelkast moeten halen en opwarmen maar dat is blijkbaar niet tot haar doorgedrongen.
Later op de avond zitten we lang te twijfelen of we nog naar haar toe gaan. Het moet eigenlijk wel maar we hebben er totaal geen energie meer voor, dus ik bel maar weer eens. Het gaat wel goed, zegt ze. Ze zegt ook dat ze de beesten al verzorgd heeft en dat we niet hoeven te komen. Ik vertrouw het niet zo maar we zullen morgen wel zien hoe het gegaan is. In één nacht zal haar wereldje niet vergaan.
Ondertussen hebben we het er vaak en veel over hoe het verder moet. Vandaag ben ik maar één keer naar haar toe geweest, meestal is dat twee keer per dag. Ik kom bijna niet meer aan werken toe. Eén keer per dag is een tank benzine per week en meer dan 20.000 km per jaar. Twee keer per dag is het dubbele, en geen instantie die dat vergoed. Dat gaan we niet lang volhouden, ook financieel niet. T zegt dat we ons toch echt moeten gaan instellen op "een opname" maar daar zijn we nog niet aan toe. Hoe het wel moet, weten we ook niet.

17 Februari
Als ik aan het begin van de middag naar mijn moeder ga, kom ik onderweg B tegen, die net bij haar is geweest. Ze vertelt dat mijn moeder heel verdrietig is omdat ze denkt dat iedereen boos op haar is en de vaste, vertrouwde mensen van de thuiszorg niet meer bij haar willen komen. Bah, ik voel me schuldig dat ik gisteren zo boos op haar ben geworden, want dit wil ik nou ook weer niet.
Ze is blij als ik er ben, omhelst me gelijk, dat doet ze trouwens steeds vaker en steeds sterker, af en toe hou ik er bijna gekneusde ribben aan over. Ik ben niet helemaal in de stemming voor al die affectieve uitingen, ik heb hoofdpijn en helemaal geen zin om weer mijn hele middag kwijt te zijn. Dat heeft ze feilloos in de gaten en ze weet mijn schuldgevoel ook feilloos te versterken door zich te excuseren voor het feit dat ze Alzheimer heeft en zo'n "last" voor mij is.

We gaan naar de opticiën, dat was afgesproken, ook al herinnert mijn moeder zich dat niet meer. Ze heeft moeite met lezen en hoewel ik vrees dat dat meer met haar Alzheimer dan met haar ogen te maken heeft, nemen we toch maar het zekere voor het onzekere. Aan haar ogen mankeert niets, althans niets meer dan wat met haar huidige bril al gecorrigeerd wordt. Ze is zwaar teleurgesteld. We proberen thuis met een sterke lamp en een vergrootglas hoe het lezen gaat, maar dat maakt niets uit. Ze kan de letters wel lezen, ze leest op mijn verzoek hardop uit een boek en dan is duidelijk dat ze gewoon moeite heeft met het begrijpen van moeilijke woorden. Ze leest als een klein kind, zegt ze zelf. De communicatie tussen haar ogen en haar hersens is aangetast. En daar komt nog bij dat als ze dan eindelijk een zin heeft gelezen, ze even later die zin weer is vergeten. Boeken lezen is er dus eigenlijk niet meer bij, en dat is vreselijk zuur voor iemand die altijd gek op lezen is geweest. Mijn boosheid heeft weer plaats gemaakt voor medelijden en ik neem me voor om op zoek te gaan naar simpele boeken voor haar. Korte verhalen of fotoboeken. Misschien is een luisterboek iets voor haar.

Ik drink koffie met haar, zet alvast de tv aan, verzorg de beesten, doe de was en de afwas en laat haar een maaltijd kiezen, die ik voor de thuiszorg klaar zet om op te warmen. En dan is het alweer vijf uur en tijd om naar huis te gaan.
Vanavond bel ik haar om te vragen hoe het allemaal gaat (goed), of ze gegeten heeft (ja) en of ze niet vergeet de hond uit te laten voor ze naar bed gaat. Vannacht is het goed gegaan, in ieder geval goed genoeg, dus ik gok het er maar op dat het nu wel weer goed zal gaan.