Week 51
15 December
De dag begint met een opgewonden telefoontje van mijn moeder: ze is twee paarden kwijt. Ze heeft al uren overal lopen zoeken, zegt ze, en ze wil nu de politie gaan bellen. "Die ene bruine is er wel en die grote witte ook, maar die andere twee zijn weg". En dan snap ik dat ze weer een stukje verder afgegleden is want ze heeft er maar twee en ze heeft er nooit vier gehad. Maar ze gelooft me niet. Ze is er zeker van dat ze er vier heeft en ze zegt dat ze het wel aan mijn man zal vragen want die weet het vast wel.
De vorst brengt zo z'n eigen problemen met zich mee. Het water voor de paarden bevriest. Gisteravond is mijn man nog naar haar toe gegaan om een pomp in de drinkbak te installeren, en dat helpt wel iets, maar het is niet voldoende om het water ijsvrij te houden gedurende een hele nacht met matige vorst. Bovendien is de buitenkraan afgesloten om bevriezing te voorkomen en moet het water in emmers aangesleept worden.
Als ik aan het begin van de middag bij haar kom is Dame T er nog net. Ze heeft net de pleister geplakt. Ze zegt dat het vreselijk koud was in huis en dat ze een paar kachels hoger heeft gezet. Mijn moeder heeft nog niets gegeten en zelfs nog niets gedronken. Ze is in de war over de paarden die ze kwijt is. Dus ik geef haar eerst koffie en een paar boterhammen en ga dan het water voor de paarden ijsvrij maken. In de slaapkamer van mijn moeder staan maar liefst drie bakken met water voor de hond en de kat, waar ze niet bij kunnen want de deur zit dicht. In de keuken staat op het aanrecht een bak hondenvoer voor de kat en de hond heeft niets te eten. Het huis stinkt naar de kattenbak die overmatig gebruikt wordt omdat de kat de deur niet uit mag vanwege de gevaarlijke kraaien. Mijn moeder doet echt heel erg haar best om heel goed voor haar dieren te zorgen. Maar het lukt haar gewoon niet meer omdat ze de dingen niet meer kan overzien.
We drinken koffie. En dan begint ze weer over de vier paarden. Heel langzaam begint het er dan op te lijken dat ze een schim van de situatie van zo'n 35 jaar geleden in haar hoofd heeft. Met de twee paarden die er niet zijn blijkt ze eigenlijk twee geiten te bedoelen die we vroeger hadden. Als ik de namen van die geiten noem, veert ze op: "Ja, dat zijn ze, nou weet ik het weer". De geschiedenis moet vele malen herhaald worden, ze herkent het verhaal maar ze onthoudt het niet en ze vraagt steeds weer hetzelfde.
En dan begint ze over kerstkaarten. Ze wil nog foto's gaan afdrukken om als kerstkaart te versturen. Het is 15 december en ik zie de bui al hangen, het zou niet het eerste jaar zijn dat ik dagen zoet ben met haar kerstkaarten. Dus ik zeg dat dat niet meer kan, dat het te laat is, dat als ze kerstkaarten wil versturen, ze die zal moeten kopen. En dus ...... gaan we gezellig samen naar een overdekt winkelcentrum, waar het niet zo stervenskoud is, om kerstkaarten te kopen. En vervolgens drinken we warme chocolademelk in een café en gaan we nog boodschappen doen. Als we Albert Heijn uitkomen is het donker en is de dag alweer voorbij, in tegenstelling tot mijn hoofdpijn die maar niet over wil gaan. Mijn man belt: hij is onderweg en mijn oudste zoon komt ook gezellig even langs, dus in plaats van in haar eentje aan een opwarmmaaltijd te zitten, krijgt mijn moeder een huis vol mee-eters en biefstuk met verse groenten voorgeschoteld.
Ze heeft post gekregen, kerstkaarten en een uitnodiging voor een feestje waar ze erg blij mee is. Het is van een oude vriendin die ze al lang niet gezien of gesproken heeft. Ik zeg dat ik haar wel wil brengen en zoek het telefoonnummer op zodat mijn moeder kan bellen om te zeggen dat ze komt. Ze vertelt haar vriendin dat ze Alzheimer heeft en dan zegt ze: "mijn schoonzoon brengt mij, is het goed als hij zijn vrouw ook meeneemt?" We moeten ons inhouden om niet in de lach te schieten maar eigenlijk is het natuurlijk wel triest. Mijn man zegt later dat alleen zo'n klein zinnetje al duidelijk maakt dat er iets niet in orde is met haar.
17 December
Het is winter, ook al is het dan officieel nog herfst. Koud en zoveel sneeuw dat de files weer recordlengtes hebben en het treinverkeer op grote schaal ontregeld is. Ik waag me toch op de weg want vandaag moet ik mijn moeder helpen met de kerstkaarten. Gisteren heeft ze er al heel lang over gedaan om op alle kaarten haar naam te schrijven. Dat ging heel moeizaam, ze had er een voorbeeld bij nodig om geen schrijffouten te maken en dit was zo confronterend voor haar dat mevrouw B van de thuiszorg haar in tranen aantrof toen zij kwam terwijl ik net met de hond aan het lopen was. Eerlijk gezegd vond ik het ook shockerend, het idee dat ze haar eigen naam bijna niet meer kan schrijven.
Maar vandaag moeten we dus verder. Ik heb thuis al alle adressen op etiketten geprint zodat het schrijven van alle adressen haar (mij dus) bespaard kan blijven. Om te beginnen komen we er al snel achter dat er veel te weinig kaarten zijn om haar omvangrijke kennissenkring van kaarten te voorzien, en ze kan maar bij weinigen besluiten dat die dit jaar geen kaart hoeven, ook al heeft ze zelf al jaren niets van die mensen gehoord. Bij sommige namen kan ze zich zelfs niets meer voorstellen. En dan wil ze bij veel mensen nog wat persoonlijks op de kaart schrijven, maar dat lukt uiteindelijk niet echt. Op een paar kaarten schrijf ik namens haar iets, bijvoorbeeld als het iemand is waarvan recentelijk een partner is overleden, dan kan je niet volstaan met "prettige kerstdagen en gelukkig nieuwjaar" maar verder kan ze niet bedenken wat ze op de kaarten wil schrijven en schuift ze het voor zich uit: "ik schrijf ze volgende maand wel een brief". Een paar keer verzucht ze dat ze nooit meer kerstkaarten wil sturen. Dat begrijp ik wel, dit is een buitengewoon pijnlijke aangelegenheid voor haar. Ik denk ook dat het er waarschijnlijk nooit meer van zal komen. Alle mensen die altijd mooie, persoonlijke, zelfgemaakte kaarten van haar hebben gekregen, zullen misschien ook geen extra uitleg nodig hebben om te begrijpen dat er iets aan de hand is als ze dit dertien-in-een-dozijn kaartje ontvangen. Aan het eind van de middag is duidelijk dat we nog niet eens op de helft zijn, ik moet nog een hele stapel kerstkaarten gaan kopen.
Voordat ik vertrek ga ik nog even gauw de hond uitlaten, en terwijl ik net mijn moeder op haar hart heb gedrukt dat ze voorzichtig moet zijn omdat het zo glad is, ga ik zelf op m'n smoel. Behalve een nat achterwerk hou ik er gelukkig niets aan over.
Thuis lees ik de zorgovereenkomst die ik toegestuurd heb gekregen. Het roept vragen op: Wie moet deze overeenkomst ondertekenen? Moet ik dit met mijn moeder bespreken? Moet ik tegen mijn moeder zeggen dat ik volgende week een bespreking heb over haar en de zorgverlening?
Het is een dilemma: enerzijds voelt het verkeerd om over haar te praten, achter haar rug om, of zelfs dingen voor haar te beslissen. Anderzijds is het waarschijnlijk onontkomelijk en moet iemand namens haar beslissingen nemen omdat ze het zelf niet meer kan. In de overeenkomst staat dat er een schriftelijke machtiging getekend moet worden waarin mijn moeder iemand als haar vertegenwoordiger aanwijst. Ik vraag me af hoe ik dit in vredesnaam met haar moet bespreken zonder dat zij totaal over de rooie gaat. Ik zal het aan de coördinator vragen, die heeft hier ongetwijfeld vaker over nagedacht.
18 December
Als we aan het begin van de middag bij mijn moeder arriveren staat ze te stralen in de keuken. Mevrouw B is er nog, ze staat op het punt om weg te gaan en straalt ook. Ze hebben samen koffie gedronken, samen de hond uitgelaten en samen de paarden gevoerd. Perfect! Beter hadden we het ons niet kunnen wensen. Als B weg is, raakt mijn moeder er het eerste half uur niet over uitgepraat hoe geweldig ze haar vindt.
Daarna gaan we verder met de kerstkaarten. Mijn moeder hoeft 'alleen' haar naam op de kaarten te zetten en dat kost vreselijk veel moeite. Zo veel moeite dat zij er helemaal down van wordt en ik het op een gegeven moment, na een aantal niet meer te verbeteren missers, maar van haar overneem. Daarna wil ze nog een briefje schrijven aan een paar speciale kennissen maar ook dat loopt uit op een pijnlijke confrontatie. Tenslotte stel ik voor dat ze die mensen opbelt. Ik zoek de telefoonnummers voor haar op en vervolgens zit ze wel 2 uur achter elkaar met verschillende mensen te bellen. Met sommige oude vrienden haalt ze oude koeien uit de sloot en het is wel grappig om te horen hoe haar geheugen op dat soort momenten nog feilloos werkt. Althans, de herinneringen haalt ze feilloos op, maar haar Alzheimer manifesteert zich desondanks doordat ze haar herinneringen vijf keer opnieuw vertelt alsof het de eerste keer is. Maar het lucht haar op om haar hart te luchten.
Ondertussen is mijn man weer de hele middag aan het klussen in en om het huis, sneeuw ruimen, voorzetramen plaatsen, dieren verzorgen. Het heeft wel iets. Het hele gedoe met mijn moeder is niet zo zwaar als het lijkt. Het kost veel tijd, maar zoals mijn man vanmiddag zei: ze lijkt ineens een aardig oud omaatje te worden, en dat heeft ook wel z'n charmes. Voor ons dan. Maar we vragen ons ook af hoe zwaar het voor haar is. Ze heeft geen pijn, in tegenstelling tot bijvoorbeeld een oude vriend met kanker die ze vanmiddag aan de telefoon heeft. Ze maakt zich zorgen over haar toekomst maar ze is veel minder gestresst en ontevreden dan vroeger. Ze is vriendelijker en heeft meer belangstelling voor anderen. Ze is blij met kleine dingen die we voor haar doen, terwijl we vroeger eigenlijk niets goed konden doen. Dat is prettig voor ons maar het moet toch voor haar ook veel plezieriger zijn om zich blij te voelen dan om steeds zo gefrustreerd te zijn.
19 December
Als we aan het eind van de ochten bij mijn moeder komen is de thuiszorg al weg. En heel toevallig valt mijn oog op het zakje met exelonpleisters dat voor over een paar weken is bedoeld. Het bevat de dubbele dosis en ik had het hoog boven op een kast gezet maar ik zie in een flits dat het op een andere plek staat. Na een snelle inspectie blijkt dat de thuiszorg, een weekendhulp, zo ongeveer op een stoel geklommen moet zijn om uitgerekend de foute pleisters te pakken, in plaats van de goede die in de medicijnkast liggen, samen met alle andere spullen die ze nodig heeft als ze de pleisters op de voorgeschreven manier wil plakken.
Ik haal de foute pleister van mijn moeder af en plak er een goede op. En ik maak met rode pen een aantekening in het zorgdossier in de hoop dat andere nieuwelingen iets zorgvuldiger kijken en nadenken voordat ze iets doen. Dit zal geen kwaad kunnen maar het is gewoon irritant dat iemand die ervoor ingehuurd wordt zo slordig met medicijnen omgaat.
Mijn moeder heeft een mooie grote spar gekregen en mijn man en zoon maken er vandaag een kerstboom van die tot aan het plafond reikt. Ondertussen doe ik boodschappen in het dorp, wat vanwege de vele sneeuw en de aanstaande kerst een verschrikking is. Het is heel druk. Er ontstaan mini-oorlogjes over de spaarzame parkeerplaatsen waar iedereen recht op denkt te hebben en in alle winkels staan enorme rijen voor de kassa. Het duurt uren voordat ik de buit binnen heb, weer terug ben en eten kan gaan maken.
Na het eten drinken we nog koffie. Mijn moeder blijft lang weg en blijkt in de badkamer bezig en dan vermoed ik al dat ze een "ongelukje" heeft gehad. Even later komt ze de kamer in met haar broek nog open en ze klaagt dat ze haar broek niet meer dicht krijgt. Ik probeer het ook nog even voor haar maar het lukt inderdaad niet dus ik stel voor dat ik maar even een grotere maat broek voor haar pak. En dan zegt ze ineens "oh, ik geloof dat ik twee onderbroeken over elkaar aan heb getrokken" en vervolgens trekt ze midden in de kamer, waar mijn man net aan zijn koffie zit te lurken, haar broek uit. Totaal schaamteloos. En dan trekt ze een onderbroek uit en zegt dan "hé, ik heb er nog meer aan" en weer gaat er een onderbroek uit. En dan nog één en nog één. In totaal bleek ze vijf onderbroeken over elkaar aangetrokken te hebben. De vijfde houdt ze gelukkig aan en dan past ook haar spijkerbroek weer. Mijn man kijkt ondertussen discreet naar de piek van de kerstboom, terwijl hij zijn lachen bijna niet kan inhouden.
Dit lijkt een slapstick maar het is helaas de realiteit.
20 December
Vanmorgen belt mijn moeder dat we echt niet hoeven te komen. Het sneeuwt en het sneeuwt niet zo'n beetje ook. Het is prachtig en op het journaal wordt gewaarschuwd dat we niet de weg op moeten gaan. Maar het is enerzijds de nostalgie, het wintersportgevoel, anderzijds het idee dat die paarden toch water moeten hebben, sneeuw of geen sneeuw, dat we besluiten om ons door het onnederlandse weer te wagen. Bij mijn moeder ligt er nog meer sneeuw dan bij ons, zoveel sneeuw heb ik er sinds mijn jeugd niet meer gezien, er ligt wel 40 cm en het sneeuwt nog flink door.
In de kamer ligt mijn moeder op de bank met een deken over zich heen. Ze is gevallen en heeft haar knie bezeerd. Er komt een verward verhaal, steeds weer een beetje anders, ze heeft het over dat ze buiten bewustzijn is geweest maar het is niet duidelijk of dat voor of na de val was. In ieder geval is die knie heel dik, dus dat er iets is gebeurd lijkt duidelijk. Ze kan nog wel lopen, heel voorzichtig, maar dat doet duidelijk pijn. We zullen morgen kijken of ze naar de dokter moet.
En dan hoeven we niet lang na te denken over de gevolgen op korte termijn: we kunnen haar niet alleen laten, niet met een pijnlijke knie terwijl er 40 cm sneeuw ligt. Ze kan niet eens de hond uitlaten. Ik moet dus blijven. Mijn moeder protesteert, meer voor de vorm waarschijnlijk, en zegt dat ze toch de deur niet uit hoeft, dat ze rustig op de bank kan blijven liggen en dat ik rustig naar huis kan. Op de vraag hoe ze dat dan wil doen met de paarden en de hond heeft ze niet echt een antwoord.
Mijn man gaat dus alleen naar huis, naar de kinderen, en ik blijf achter en ga mijn tijd maar besteden aan het poetsen van het huis, aangezien de hulp het morgen waarschijnlijk ook laat afweten vanwege de sneeuw.
Maar het is wel mooi, al die sneeuw.