Tussen de leeftijd van 45 en 54 lijdt 0,025 procent van de Nederlandse bevolking aan een vorm van dementie. Op 65-jarige leeftijd is het percentage nog steeds minder dan 1 procent, daarna wordt het snel meer. Tussen de 65 en 70 jaar gaat het om 2,5 procent. daarna verdubbelt het percentage zich elke 5 jaar. Van de 85-plussers lijdt zelfs 40 procent aan dementie. De kans op dementie neemt dus toe met de leeftijd.

Grafiek dementie

De meest voorkomende oorzaak van dementie is de ziekte van Alzheimer. Er wordt geschat dat van het totaal aantal patiënten met dementie, tussen de 60 en 70 procent lijdt aan de ziekte van Alzheimer. Bij zo'n tien tot vijftien% van de mensen met dementie is deze ontstaan door hersenbeschadigingen als gevolg van doorbloedingsstoornissen, de zogenaamde vasculaire dementie. De Lewy body dementie en frontaaldementie nemen 10 tot 20 voor hun rekening. De overig oorzaken voor een dementiesyndroom liggen tussen de 5 en 10 procent. Momenteel wordt het aantal mensen met een dementiesyndroom geschat op bijna 250.000.

Wanneer spreek je van dementie?

Als er sprake is van meer dan één stoornis in de cognitieve functies en deze stoornissen het zelfstandig functioneren thuis of op het werk verstoren.

Het is een syndroom waarbij de patiënt moet voldoen aan een aantal criteria:

Aantoonbare geheugenstoornissen en daarnaast één of meer van de volgende stoornissen:

  • afasie - stoornis in taal, woordvindstoornissen of taal niet meer kunnen begrijpen
  • apraxie - stoornis in het handelen, niet meer kunnen aankleden of wassen, de planning en aanpak is verstoord
  • agnosie - stoornis in waarnemen, interpretatie van beelden is verstoord, theekopje wordt niet meer herkend als kopje
  • stoornis in het abstracte denken - moeite om vooruit te denken, bijvoorbeeld moeite om een tas in te pakken voor de vakantie, humor niet meer begrijpen
  • stoornissen in het beoordelingsvermogen - zichzelf overschatten, vergeten dat het vuur aan staat en 'vuurgevaarlijk' zijn
  • de stoornissen hebben een duidelijke negatieve invloed op het dagelijks functioneren
  • de stoornissen doen zich niet alleen voor in een delirante toestand