Vasculaire dementie is een verzameling van aandoeningen, waarbij de beschadiging van de hersencellen wordt veroorzaakt doordat de vaten/vaatjes in de hersenen niet meer goed
werken en de doorbloeding van de hersenen afneemt
(vasculair betekent: de vaten betreffend).


Vasculaire dementie komt vaker voor bij mensen met hoge bloeddruk nu of eerder in hun leven, een verhoogd cholesterol, roken en hyperhomocysteïnemie (een stofwisselingsziekte, versterkt door een tekort aan vitamine B12, B6 en foliumzuur. Dit is een van de redenen waarom bij patiënten met dementie een lichamelijk onderzoek moet gebeuren, gevolgd door bloedonderzoek.

De hersenvaatjes kunnen dichtslibben door vaatverkalking (arteriosclerose) of door een propje bloed (infarct) of doordat ze gaan lekken. Vaak betreft het hele kleine bloedvaatjes, soms ook grote bloedvaten. De hersencellen achter deze vaatjes worden onvoldoende doorbloed en kunnen minder goed werken. Vaak gaan ze dood en verliezen hun functie. Indien er meerdere bloedpropjes ontstaan en er dus veel infarcten aanwezig zijn (vroeger noemde men vasculaire dementie ook wel multi-infarct dementie), zullen veel hersencellen niet meer functioneren en zal de patiënt duidelijke geheugenstoornissen laten zien. Ook ander functies, die door de hersenen worden bestuurd, zoals praten, lopen en het ophouden van urine, kunnen moeilijker gaan als ook deze hersencellen minder doorbloed worden. Dit hoeft echter niet. Soms is een enkel infarct in een heel belangrijk gebied van de hersenen al voldoende om geheugenstoornissen te veroorzaken. Andersom treden na een beroerte (CVA) nogal eens geheugenstoornissen op en vele (zichtbare) beroertes kunnen wel degelijk een vasculaire dementie veroorzaken.

Behalve de hersencellen zelf, kan ook de verbinding tussen hersencellen onderling minder goed gaan werken. Deze verbinding bestaat uit lange zenuwuiteinden, die steeds beter werken als de isolatie van de zenuwuiteinden goed is. In de hersenen wordt deze isolatie door witte stof (myeline) veroorzaakt. Schade aan kleine bloedvaatjes zorgt ervoor dat de witte stof afneemt (leucauriosis). Als de verbinding tussen de hersencellen minder goed is, dan gaat alles langzamer. Soms valt het geheugen dan wel mee, maar zijn de patiënten zo traag, dat zij geen initiatief meer opbrengen om iets te doen (vroeger ziekte van Binswanger genoemd). Uiteindelijk zijn de stoornissen van bloedvaten en witte stof zo ernstig dat er van een dementie gesproken wordt.

Tegenwoordig weten wij dat bij sommige patiënten met een vasculaire dementie ook kenmerken in de hersenen aanwezig zijn die bij de ziekte van Alzheimer horen. Mogelijk dat beschadiging van hersencellen door een vasculaire oorzaak de "cascadehypothese" zoals beschreven bij de ziekte van Alzheimer op gang brengt. men spreekt dan van een "mengbeeld dementie". In zo'n situatie worden er zowel kenmerken gezien van de ziekte van Alzheimer als van de vasculaire dementie. Soms zijn bij een patiënt met alle kenmerken van van de ziekte van Alzheimer deze vasculaire "kenmerken" alleen maar zichtbaar op een scan van de hersenen. De diagnose van een mengbeeld dementie wordt ook waarschijnlijker indien de patiënt een voorgeschiedenis heeft van een hoge bloeddruk, hart(ritme) stoornissen, een te hoog cholesterol gehalte, insuline afhankelijke suikerziekte, roken en TIA's ('kleine beroerte' met weinig of geen restsymptomen).

Beloop vasculaire dementie
De afwijkingen gevonden bij onderzoek hangen bij vasculaire dementie vooral af van de aard, uitgebreidheid en de plaats van de vaatafwijkingen in de hersenen. In het begin van de ziekte hoeft de achteruitgang van het geheugen bij deze vorm van dementie niet op de voorgrond te staan. Traagheid in handelen en spreken zijn meer duidelijk. Soms klaagt de patiënt alleen over problemen met het vinden van woorden of kan hij moeilijk overschakelen van het ene onderwerp naar het andere. Ook kan er sprake zijn van onhandigheid in het handelen of mist hij/zij het overzicht en de planning, vooral als dit vraagt om informatie uit het geheugen op te roepen. Het herkennen van deze informatie uit meerdere keuzes blijkt dan ineens wel goed te gaan. Van het falen is de patiënt meer dan bij de ziekte van Alzheimer bewust. Vaak ontstaan mede door dit behoud van ziekte besef gedragsstoornissen met wisselend agitatie en depressie. Uiteindelijk ontstaan er altijd geheugenproblemen. De achteruitgang bij vasculaire dementie is niet zo geleidelijk als bij de ziekte van Alzheimer. Het is vaak grillig, stapsgewijs, met min of meer acute momenten van verslechtering en gedeeltelijke verbetering, soms van dag tot dag verschillend. Deze achteruitgang kan soms jaren op zich laten wachten. Bij lichamelijk onderzoek worden nogal eens afwijkende reflexen en spierkracht gevonden en op een MRI of CT scan van de hersenen ziet men vaak daadwerkelijke beschadigingen in de hersenen zoals infarcten en witte stof afwijkingen. Deze afwijkingen nemen in het verloop van de ziekte toe. Omdat de bloedvaten in het hele lichaam minder goed zijn, is de algehele conditie vaak slechter en is de levensverwachting ook korter. Het verbeteren van de lichamelijke conditie door bijvoorbeeld het behandelen van een te hoge bloedsuiker of bloeddruk kan het geheugen soms iets verbeteren.

Mede door de zwakke algemene conditie wordt een patiënt met vasculaire dementie in het beloop van de dementie over het algemeen opgenomen in een verpleeghuis. De gemiddelde leeftijd van zo'n opname ligt voor patiënten met vasculaire dementie een aantal jaren lager dan voor patiënten met de ziekte van Alzheimer. Bij verdere progressie van de dementie neemt het verschil in symptomen tussen vasculaire dementie en ziekte van Alzheimer af. In het verpleeghuis is na verloop van tijd het steeds moeilijker om op grond van symptomen onderscheid te maken tussen de verschillende vormen van dementie.

Bron: Boekje 'Dementie', Informatie voor patiënten, familieleden en betrokkenen. Door Dr. P.L.J. Dautzenberg, klinisch geriater en C.J. Wouters, klinisch geriater.