Acute verwardheid of delier is een tijdelijke psycho-organische stoornis gekenmerkt door wisselend, gedaald bewustzijn, desoriëntatie, hallucinatie, waanideeën en verward denken, vaak maar niet altijd met motorische onrust/angst (het zogenaamde ‘stille’ delier).

Acute verwardheid of delier komt bij ouderen met dementie regelmatig voor. De verschijnselen lijken erg op een dementie, maar dit is zeker geen vorm van dementie. Voor zowel de patiënt zelf als voor de familie en andere betrokkenen is het een angstige ervaring. Een patiënt met een delier kan niet langer thuis verzorgd worden, en zal ingestuurd moeten worden naar een algemeen ziekenhuis.

Welke oorzaken heeft acute verwardheid of delier?
De oorzaak voor het ontstaan van een delier zijn velerlei en kunnen te maken hebben met o.a. infectieziekten, metabole (stofwisselings) aandoeningen, hersenziekten, cardiovasculair (hart en vaat) lijden, medicijnintoxicaties, en post operatieve oorzaken.

Acute verwardheid en dementie
Het delier en dementie kunnen ook gezamenlijk optreden, echter voor het vaststellen van het delier is de belangrijkste aanwijzing de gestoorde aandacht met het wisselende bewustzijn. Dit is tevens het belangrijkste verschil tussen een dementie en een delirant beeld.

In het volgende overzicht verschillen tussen het delier en dementie

Ontstaan Snel Geleidelijk
Verloop Golvend Langzaam/geleidelijk
Dag/nachtritme Gestoord Veelal normaal
Bewustzijn Golvend/verlaagd Normaal
Aandacht Verminderd Ongestoord
Spraak Niet samenhangend Woordvindstoornissen
Lichamelijke conditie Slecht/matig Veelal goed/matig

Onderzoek en behandeling van acute verwardheid of delier
Het onderzoek van een patiënt met acute verwardheid begint met een zorgvuldige (hetero) anamnese bij familie en bekenden van de patiënt. Er wordt o.a. gevraagd naar de ontstaanswijze, het bestaan van voorafgaande ziekten, het gebruik van medicijnen, wijzigingen in het gedrag, inname van vocht-en voeding, ontlastingpatroon, problemen rond urineren en sociale situatie thuis. Er zal een lichamelijk onderzoek plaatsvinden, soms een neurologisch onderzoek en aanvullend laboratoriumonderzoek. Eventuele overvulling van de blaas en het rectum wordt uitgesloten. Evenals de mogelijkheid van een urine- of luchtweginfectie. Een ECG en thoraxfoto behoren bij het routine onderzoek. Vaak zijn een EEG, een CT-scan van de hersenen en een buikoverzichtsfoto aanvullend nodig.

De behandeling bestaat uit het opsporen en behandelen van oorzaken die mogelijk hebben geresulteerd in de acute verwardheid (bijvoorbeeld urineweginfectie, longontsteking). Bij wanen, hallucinaties en onrust wordt medicatie gegeven. De patiënt wordt verpleegd in een rustige omgeving. De patiënt wordt geholpen met de realiteit. Wanen en hallucinaties worden niet tegengesproken of genegeerd, de verpleegkundige gaat er echter niet in mee en zal aangeven dat het niet zijn/haar werkelijkheid is. De delirante patiënt heeft naast medische zorg, verpleegkundige zorg nodig op het gebied van ADL, toiletgang, innemen van vocht en voeding, zelfbescherming e.d., dit maakt een delirante patiënt zeer complex.

Aandachtspunten voor familie en betrokkenen bij het bezoek in een algemeen ziekenhuis

  • Als u op bezoek komt zeg dan wie u bent, waarom u komt en herhaal dit zonodig.
  • Vertel de patiënt, indien mogelijk, dat hij/zij ziek is en in het ziekenhuis ligt.
  • Spreek rustig en in korte duidelijke zinnen. Stel eenvoudige vragen. Bijvoorbeeld: "Heeft u lekker gegeten?" en niet: "Wat heeft u gegeten of heeft u niets gegeten?"
  • Bezoek is erg belangrijk maar teveel personen of een te lange bezoektijd in een keer werkt vermoeiend en verwarrend.
  • Ga als u met meerdere personen op bezoek komt, zoveel mogelijk aan een kant van het bed of de stoel zitten. Zodat de patiënt zich op één punt kan richten.
  • Let erop dat de patiënt zonodig zijn/haar bril en/of gehoorapparaat gebruikt.
  • Het is beter voor de patiënt wanneer u niet meegaat in de 'vreemde' waanideeën of met de dingen die de patiënt ziet of hoort maar die er niet zijn (hallucinaties). Probeer de patiënt niet tegen te spreken maar zo mogelijk wel duidelijk te maken dat uw waarneming anders is. Maak er geen ruzie over. Praat met de patiënt over bestaande personen en echte gebeurtenissen.
  • Probeer de patiënt te betrekken bij het hier en nu door de buurt of stadskrant mee te nemen en er stukjes uit voor te lezen.