Het valt niet mee om te communiceren met iemand met een vorm van dementie. Er zijn echter een aantal hulpmiddelen waardoor dit wel mogelijk is. Bedenkt u zich wel van te voren iedere persoon met dementie is anders. Wanneer mensen een beginnende vorm van dementie hebben is er vaak nog goed te communiceren. Vaak geven mensen zelf aan als ze niet op een woord kunnen komen of wanneer ze iets vergeten zijn. Dit hoeft een normaal contact niet in de weg te staan. Echter wanneer de ziekte verder is gevorderd dan komen ook de problemen met taal en communiceren. De volgende richtlijnen zijn makkelijk toepasbaar in de omgang met uw dementerende medemens en leveren absoluut een betere verstandhouding op. Succes.........

Maak contact met de persoon door oogcontact te maken.
Let op uw gezichtsuitdrukking door vriendelijk te kijken.
Spreek rustig met korte zinnen.
Laat u niet afschrikken wanneer de persoon vreemde antwoorden geeft.
Voorkomen faalmomenten.
"Overhoor de persoon niet: Stel geen vragen als: "Wat heb je vanmiddag gegeten?" "Hoe heet ik ook al weer?" De persoon weet dit meestal niet meer en wordt dan pijnlijk herinnerd aan zijn/haar onvermogen.
Probeer de persoon niet te verbeteren wanneer hij/zij iets zegt wat niet klopt, maar praat mee en houdt zelf de grote lijn van het gesprek in de gaten.
Doe zo normaal mogelijk (eerst oogcontact voordat u iemand aanraakt, iedere handeling uitleggen, benoemen, contact houden).
Ga met de dementerende niet in een wel waar/niet waar-discussie. Het leidt meestal alleen tot spanningen, onrust en irritatie.
Help de dementerende met tijdsoriëntatientatie door regelmatig op te merken:
"Het is nu half elf, koffietijd".
"Het is vandaag donderdag uw dochter komt vanmiddag langs."
Niet forceren.
Overvraag de persoon niet:
- Blijf niet doorvragen als de persoon het niet meer weet.
- Blijf niet stimuleren wat de persoonniet meer kan.
- Stel niet meer dan één vraag tegelijk. Twee vragen onthouden lukt niet meer.
- Geef niet meer dan één advies of taak tegelijk. Bijvoorbeeld: ik vind het fijn als u me even helpt met afwassen. Voeg dan de daad bij het woord. Als er tijd zit tussen woord en daad is hij het weer vergeten
Vermijd test-situaties. We maken de dementerende nog onzekerder als we hem telkens vragen stellen als:
- hoe oud bent u?
- wat heeft u gisteren gegeten?
- hoeveel kinderen heeft u?
- weet u nog hoe ik heet?

Neem de gevoelens van de dementerende mens serieus. Als de persoon verdrietig is over zijn/haar (overleden) moeder, die almaar niet thuiskomt, is hij/zij echt verdrietig. Poets dat verdriet niet weg. Ga erop in. Probeer er samen achter te komen, dat moeder overleden is (fotoboek). Of leid na enige tijd de aandacht naar iets anders.
Wanneer het besef van wat hoort en wat niet hoort, van wat netjes en niet netjes is, een beetje verloren gaat, bereikt u meer met de dementerende en met uzelf, door maar een oogje dicht te knijpen, of een onopgemerkte helpende hand te bieden, dan door de dementerende mens een standje te geven.
Het zijn vaak onze eigen gevoelens van schaamte, schuld, angst, of het niet kunnen accepteren, die ons gedrag ten opzichte van de dementerende mens bepalen. Het zijn heel begrijpelijke en menselijke gevoelens. En tegelijk ook gevaarlijke raadgevers. Ze dreigen de wereld van de dementerende mens nog eens extra te verkleinen.
Ook wanneer de dementerende ons niet meer herkent en onze spreektaal niet meer verstaat, blijft het mogelijk en belangrijk contact met hem te onderhouden. De taal van het lichaam - een hand, een zoen, een arm om de schouder - zal hij/zij nog lang verstaan.

Een dementerend persoon kan zich door zijn/haar zieke brein onmogelijk aan passen aan 'gezonde' mensen. 'Gezonde' mensen dienen zich om die reden aan te passen aan de dementerende medemens.

BRON: GGZ, RIAGG, Dementia