Week 25
14 Juni
Als ik vanmorgen op de slaapkamer van mijn moeder kom, zit ze met de hond op schoot. Ze is een beetje overstuur, want de hond is helemaal niet in orde, zegt ze. "Hoezo?", vraag ik. "Hij is de halve nacht buiten westen geweest, ik heb steeds geprobeerd om hem wakker te maken en op een gegeven moment ging hij zelfs grommen en bijten", zegt ze. "Zou het kunnen dat hij gewoon wilde slapen en het vervelend vond dat jij hem steeds wakker wilde maken?" Aan die mogelijkheid heeft ze nog niet gedacht en ze is opgelucht als ik zeg dat hij ogenschijnlijk niets mankeert. Arme hond. Ze moet de rest van de dag vaak lachen om het incident, maar is tegelijk ook overbezorgd over de hond. De halsband zit te strak, hij is down, hij heeft last van de pluisjes in z'n vacht. Ze zit soms met de hond op schoot en dan praat ze tegen hem alsof het een baby is. Als ik die hond was, zou ik er inderdaad depri van worden.
Ik gebruik het moment van de voetbalwedstrijd Nederland-Denemarken om rustig boodschappen te doen. Er zijn inderdaad weinig klanten in de winkel maar helaas ook weinig personeel, zodat ik alsnog in de rij moet staan. Mijn moeder probeert te helpen met de boodschappen opruimen en ik moet haar bij elk pakje kaas uitleggen waar de koelkast staat.
Vandaag komt H weer om een beetje proef te draaien. Ik maak gebruik van de gelegenheid om even plat te gaan, want ik ben de hele dag al moe. H verzorgt het eten voor mijn moeder en eet zelf ook wat mee. Ze gaan samen de hond uitlaten en drinken daarna nog koffie. Mijn moeder reageert er op alsof ze het al heel normaal vindt dat er iemand zo lang blijft. Het gaat prima, hoewel mijn moeder ook duidelijk niet helemaal in goeie doen is. Ze blijft zich zorgen maken over haar hond. Ze zegt dat de hond down is omdat die zich altijd hetzelfde voelt als zij. Als het nou ook vice versa werkt, kunnen we de hond misschien een shotje van een of ander genotsmiddel geven.
17 Juni
Alles moet vandaag weer wat vroeger dan normaal omdat de schilders er weer zijn. En als ik de hond uit de slaapkamer van mijn moeder ga halen om uit te laten, zit mijn moeder op de rand van het bed en kijkt me met grote ogen aan. Ze zegt niets maar het lijkt of ze me niet echt herkent. Ik help haar met aankleden en even later als ik de afwasmachine leeg ruim terwijl zij zit te ontbijten, vraagt ze ineens: "op welke school heb jij eigenlijk gezeten"? Ik vind het wel een beetje een rare vraag, maar geef gewoon antwoord. Als ik dus zeg op welke school ik heb gezeten, zegt ze "Oh, heb je dan ook hier in de buurt gewoond?" Het wordt steeds raarder. Ik zeg: "ja, ik heb hier inderdaad in de buurt gewoond". Ze vraagt waar. Ik zeg dat ik in dit huis geboren ben en dan is haar reactie: "goh, was ik daar dan ook bij?". Waarschijnlijk druipt de verbazing ongewild van m'n gezicht, want ze vraagt of ze iets raars zegt.
Ander onderwerp.
Morgen heeft ze een begrafenis en er is afgesproken dat één van de sociale begeleiders met haar meegaat, tot mijn grote opluchting, want ik haat begrafenissen, maar ik kan ook niet omdat ik de schilders niet de hele middag alleen wil laten. Helaas krijgen we in de loop van de dag het bericht dat B verhinderd is en er is ook geen vervanging. Ik bel een aantal mensen maar het lukt niet om iemand anders te vinden. Uiteindelijk komt het er op neer dat mijn man vrij zal nemen om de schilders in de gaten te houden en dat ik dan toch maar met mijn moeder naar de begrafenis zal gaan. Hiep hiep hoera.