25 Mei

De dag begint goed. Zowel mijn moeder als ik hebben goed geslapen en het is mooi weer. Als het ochtendritueel van wassen, aankleden, gebitsprotheses indoen, ontbijten, hond uitlaten achter de rug is, is het half elf. Ik ga even boodschappen doen en als ik terug kom is T er. Ze heeft mijn moeder in bad gedaan en is net bezig koffie te maken. Mijn moeder komt met natte haren en een gezicht dat op onweer staat uit de badkamer. Als we vragen of er iets aan de hand is, mompelt ze, terwijl ze strak naar de grond blijft kijken en haar gezicht strak op 'onweer' houdt, dat alles prima is. Het is duidelijk dat dat niet zo is, maar ze wil niet vertellen wat er aan de hand is. Terwijl we koffie drinken en een boterham eten, zegt ze helemaal niets. Als T weg is, vraag ik het nog een keer, en dan komt het hoge woord eruit: ze had zich erop verheugd gezellig met T in de tuin koffie te drinken, maar T had, toen ze kwam, gelijk gezegd dat ze weinig tijd had en mijn moeder had gelijk in bad gemoeten, en toen had ze zich weer 'een nummertje' gevoeld. Ze blijft de hele tijd chagrijnig, ondanks dat ze wel zegt te snappen dat T het soms heel erg druk heeft en niet altijd tijd heeft om rustig in de tuin te gaan zitten.

Dan stel ik voor om samen naar de dierentuin te gaan, tenslotte moeten die abonnementen toch een keer gebruikt worden, en dan klaart haar gezicht natuurlijk gelijk op. Dus ik bel de thuiszorg voor de maaltijdbegeleiding van vandaag maar weer af, sluit de hond op (die mag gelukkig niet mee), en de rest van de middag brengen we door in de dierentuin, wat niet echt een straf is. Er zijn veel jonge dieren, altijd leuk, en het is heerlijk weer en niet druk. Als je dan toch een keer naar de dierentuin moet, is dit wel het meest geschikte moment. We zijn pas aan het begin van de avond terug.

Na het eten, mijn man is er dan inmiddels ook, drinken we koffie en onderhouden we de moestuin, wat door het groeizame weer een behoorlijk dagelijks klusje aan het worden is. Ik maak wat afspraken voor kennismakingsgesprekken met potentiële zorgverleners en vertel dit tegen mijn moeder. En die zet dan ineens haar muts van "ik kan alles alleen en heb geen zorg nodig" weer op. Er is niet tegenin te praten. Elk voorbeeld van dat ze het echt niet alleen kan, wuift ze weg. Als ik zeg dat ze toch niet in haar onderbroek over straat wil lopen, zegt ze dat ze nooit zo om uiterlijk heeft gegeven. Als ik zeg dat het huis een smeerboel wordt, zegt ze dat zij nooit zo om schoonmaken heeft gegeven als ik, dat zij andere belangstelling heeft, zoals boeken lezen. En het toontje waarop ze dat zegt ...... Op dat moment wil ik haar met liefde de beker hete thee, die ik in m'n handen heb, in haar gezicht smijten. Wat een arrogante, neerbuigende kakmadam is het toch ook.
In plaats van met de thee te smijten, smijt ik de deur hard achter me dicht als ik met de theepot naar boven ga. Laat ze het dan maar even lekker zelf uitzoeken.

Ik ga op bed liggen. Nog niet in bed, omdat ik ervan uit ga dat ik er toch nog wel uit zal moeten. Ik hoor haar door het huis stommelen. Ik hoor haar naar buiten gaan, om het huis heen lopen. Ik vrees dat ze de paarden eten gaat geven, wat ze al lang gehad hebben. Ik hoor haar in de keuken de grote gieter vullen (ongelofelijk hoeveel informatie je uit geluiden kunt halen) en naar buiten gaan. Ze gaat de waterbak van de paarden bijvullen, wat uiteraard ook niet nodig is. Daarna hoor ik haar de trap oplopen. Ze morrelt aan mijn deur, die gelukkig op slot zit. Ik hou me stil en ze gaat weer naar beneden. Dan gaat mijn telefoon. Het is mijn moeder, die vertelt op triomfantelijke toon dat ze alles verzorgd heeft en dat ze echt niemand nodig heeft om te helpen. Ze heeft niet in de gaten dat ik in huis ben. Ik vraag of ze ook de hond heeft uitgelaten. "Ja hoor, wat dacht je dan?", antwoordt ze. Als ze heeft opgehangen hoor ik haar de hond roepen. Ze gaat de hond alsnog even uitlaten, want dat had ze natuurlijk nog niet gedaan. Na een tijdje komt ze terug. Ik hoor haar heen en weer lopen, de koelkast dichtslaan, aan de schuurdeur morrelen en tenslotte hoor ik haar slaapkamerdeur dichtslaan.

Ik ben in slaap gevallen, want om twee uur wordt ik wakker van het geblaf en gejank van de hond. Ik ga op onderzoek uit en vind de hond in de woonkamer, waar alle lampen aan zijn, de kachel hoog staat en het 28 graden is. Op tafel liggen allerlei etenswaren, zoals vruchtenyoghurt, banaan, ontbijtkoek. Ik laat de hond in de slaapkamer van mijn moeder, ruim de spullen op en laat de kamerdeur open staan zodat de hitte eruit kan. Ik check nog even de buitendeuren. Ze zijn allebei niet op slot, dus iedereen had zo naar binnen kunnen wandelen. Zo goed redt mijn moeder het dus alleen.