Week 18
26 April
"Leuker kunnen we het niet maken", de slogan van de belastingdienst zou ook goed dienst kunnen doen voor de bureaucratische zorgambtenarij. Eerst kon de thuiszorgorganisatie bij het CIZ nog met spoed een verhoging van de indicatie regelen. Nu kan het niet eens meer telefonisch worden aangevraagd, maar moet een digitaal formulier ingevuld worden met alle gegevens die het CIZ al lang heeft. Ik doe het maar gelijk, ook al voel ik de nodige ergernis opborrelen, je bent machteloos tegenover dit soort instanties, je moet gewoon doen wat zij voor onzin hebben bedacht. Alsof ik nog niet genoeg te doen heb.
En juist als ik daarmee bezig ben belt één van mijn zussen met de mededeling dat zij waarschijnlijk morgen op het vliegtuig stapt en een paar weken komt. Ik kan wel een gat in de lucht springen, al komt ze niet alleen om mij even af te lossen maar ook omdat ze zelf even een break uit haar eigen dagelijkse sleur nodig heeft. En natuurlijk, dat in de eerste plaats, komt ze ook voor mijn moeder.
Om vijf uur wordt er 2 keer achter elkaar gebeld. Ik zit te werken en blijkbaar neemt mijn moeder de telefoon op want hij gaat maar kort over. Even later gaat de deurbel en hoor ik dat er iemand van de thuiszorg komt voor het eten. Vrijwel gelijk roept mijn moeder mij en roept erbij dat "er een nieuwe is die niets weet". Als ik, nogal geïrriteerd, naar beneden ga, staat daar een dame met het zorgdossier in haar handen en zegt dat ze het niet kon vinden en daarom eerst twee keer gebeld heeft. Ze doet dit werk voor het eerst en vraagt aan mij of ik even wil uitleggen wat ze moet doen. Ik klink vast niet al te vriendelijk als ik tegen haar zeg dat ik de thuiszorg niet voor niets heb aangevraagd en dat het niet eens de bedoeling is dat ik aanwezig ben. Ik zeg haar dat ik niet van plan ben haar alles te gaan uitleggen en dat ze het zorgdossier in haar handen heeft en dat daar alles in staat. Mijn moeder staat erbij en lift mee op mijn irritatie. Ze zegt dat ze het allemaal zelf wel kan, haalt demonstratief boos een maaltijd uit de koelkast en stopt die vervolgens in de afwasmachine. Als de maaltijd uiteindelijk door de thuiszorgdame is opgewarmd, weigert mijn moeder demonstratief te eten. Ze zegt "als je weg bent, gooi ik het toch weg". Ik parkeer mijn ergernis maar weer even en probeer de boel een beetje te sussen, zeg tegen mijn moeder dat het eten belangrijk is voor haar gezondheid, breng haar met haar bord eten naar de woonkamer en zet de tv aan. En ik praat even met de thuiszorgdame, geef haar een schouderklopje en zeg dat ze zich het maar niet al te persoonlijk moet aantrekken. Tja, ik moet toch wat zeggen ...... Maar morgen gaat er weer een klacht naar de organisatie, dat is zeker. Voordat de mevrouw de deur uitgaat komt mijn moeder aanlopen, geeft haar een hand en biedt haar excuses aan. Ik val bijna om van verbazing.
Er wordt morgen grof vuil opgehaald en vanavond halen mijn man en ik weer één van de vele opberghokken van het huis leeg. Onvoorstelbare troep, bedekt met vijftig jaar stof en muizenkeutels. Maar het moet stiekem, want van mijn moeder mag niets weg. We bereiden het voor, zorgen dat zij in de kamer zit met warme chocolademelk en de tv aan, en gooien dan aan de andere kant van het huis de troep uit het raam om het vervolgens snel af te voeren. Het is net of we aan het inbreken zijn. Alleen daarom zou het al zo'n verademing zijn als ze af en toe een paar uurtjes naar de dagbehandeling zou gaan. Het valt mijn moeder niet meer op dat sommige kamers steeds leger en overzichtelijker worden. Ik mag geen oude kleren van haar weg doen, maar het valt haar niet meer op als ze weg zijn. Ze zweert bij 5 dekens op haar bed maar als er ineens maar 3 op liggen, zweert ze bij 3 dekens. Alsof het altijd zo geweest is. De Alzheimer maakt dat ze veranderingen niet meer opmerkt.