8 April

Wat een moeizame dag vandaag! Het begint vanmorgen als ik om een uur of half tien probeer haar uit bed te praten omdat haar hond uit moet en ik vind dat ze dat zelf wel kan doen. De tv in haar slaapkamer staat nog aan, dat is bijna elke ochtend zo, maar nu heeft ze ook het grote licht nog aan. Ze wil eerst niet opstaan, klaagt dat ze zo slecht heeft geslapen omdat ze van alles heeft gedroomd. Warrige verhalen. Uiteindelijk komt ze uit bed en zegt ze dat ze staat te wankelen op haar benen en dat ze de hond niet kan uitlaten.

En dan komt er eerst weer een hoofdstuk 'onderbroeken en verbandjes'. Het is zielig, absoluut, maar ook zo ontzettend irritant als ze zo eigenwijs loopt te doen in plaats van gewoon aan te nemen dat die dingen in haar onderbroek moeten, dat ze niet een paar onderbroeken over elkaar aan moet trekken. En het is zo ontzettend genant als ik tenslotte zo ongeveer dat verbandje in haar onderbroek moet plakken. Dat zijn momenten dat ik echt een knop moet omzetten. Dit is erger dan mijn oma met haar derrière op de wc-bril parkeren, wat wij vroeger moesten doen als mijn moeder druk was. Ik heb me dan ook heilig voorgenomen om nooit mijn kinderen met de zorg voor mijn moeder op te schepen. Niet dat soort 'intieme' zorg tenminste. Dit heeft vast te maken met het soort relatie dat je als kind met je ouders hebt. Voor sommige mensen is het misschien makkelijker en vanzelfsprekender om dit soort zorg te geven. Voor mij niet, het blijft lastig, hoewel het wel een beetje went en ik mezelf nu (noodgedwongen) dingen zie doen die ik een jaar geleden nog voor compleet onmogelijk had gehouden.

Als ik dan uiteindelijk maar met de hond ga, wil ze ineens mee en is ze haar wankele benen blijkbaar alweer vergeten. Onderweg loopt ze te zeuren dat ze haar muts niet op heeft en dat ze nu vast ziek gaat worden. Ik betrap mezelf op de gedachte dat een paar weken ziekenhuisopname best wel even rustig zou zijn. We lopen het vaste parcours, onderweg voert ze de eendjes.

Eenmaal terug, bel ik met de organisatie 'Handen in huis'. Dit is een organisatie die vervanging voor mantelzorgers regelt. Ik had ze al een keer gemaild met de vraag of ik zelf ook mensen kan aandragen die mij kunnen vervangen tijdens vakantie, omdat een vreemde in huis bij mijn moeder op dit moment een 'brug te ver' lijkt. Ik had nog geen antwoord gekregen, maar nu wel en het blijkt dus te kunnen. In principe kan iedereen die 'een bewijs van goed gedrag' kan overleggen zich aanmelden en ingezet worden als mantelzorgvervanger, tegen een vergoeding van ongeveer 50 euro per dag. Deze vergoeding hangt trouwens wel van de ziektekostenverzekering af, maar mijn moeder blijkt redelijk goed verzekerd want zij heeft recht op vergoeding van 21 dagen mantelzorgvervanging per jaar. Sommige verzekeringen betalen maar 14 dagen en sommige zelfs helemaal niets. In ieder geval is dit dus wel goed nieuws, want met een vergoeding wordt het misschien iets makkelijker om een vervanger te regelen als we zelf op vakantie willen.

Als T van de thuiszorg er is, hebben we het er over bij de koffie. Zij kent noch het verschijnsel 'mantelzorgvervanging' noch de organisatie 'Handen in huis', wat ik eigenlijk wel vreemd vind voor een beroepskracht die zoveel in contact komt met mantelzorgers. Eigenlijk had zij mij erover moeten inlichten in plaats van andersom. Mijn moeder zit erbij en probeert het gesprek te volgen. Wij proberen ook wel om haar in simpele bewoordingen te vertellen waar we het over hebben, maar het kwartje valt niet, of valt wel maar rolt weg. En dat maakt haar steeds kwader en steeds verwarder. Af en toe loopt ze weg en slaat ze met de deuren, terwijl ze in zichzelf loopt te schelden. En dan komt ze weer terug. Ze weet het allemaal beter, is het oudste, heeft dus de meeste levenservaring en ze mankeert niets. En dan zegt ze dat het zo belangrijk is dat er een bekend iemand in huis komt om op te passen als zij op vakantie gaat. Dat is dus wat zij inmiddels van het gesprek heeft gemaakt.

Aanstaande maandag hebben we een overleg met de thuiszorgorganisatie over de situatie en de inzet van de zorgverleners. Zoals het nu geregeld is, is het niet meer zo handig. Er komt twee keer per dag iemand, terwijl ik er bijna continu ben. De coördinator van de poli geriatrie, die ik gisteren via de telefoon heb gesproken, deed de suggestie om te bekijken of het mogelijk is om via een persoonsgebonden budget (pgb) flexibele zorg in te kopen, zodat ze niet komen als het niet nodig is en misschien wat frequenter of langer als dat wel nodig is. Ook is het misschien mogelijk om vanuit zo'n pgb potje onszelf een vergoeding te betalen, al is het dan maar om een klein beetje de benzinekosten en gederfde inkomsten te compenseren. Maar goed, we moeten bekijken wat er in dat opzicht mogelijk is, want de kans bestaat eerder dat de indicatie naar beneden wordt bijgesteld zodra bij de indicatiestellers duidelijk wordt dat ik bij mijn moeder in huis zit. Dan zeggen ze doodleuk dat er dus geen zorg meer nodig is.

Dan moet mijn moeder naar de tandarts. Er is een tand afgebroken (op een paaseitje, lang leve pasen!) en ik vrees dat ik wel weer een keer of drie met haar terug zal moeten, maar nee, de tandarts bouwt een nieuwe tand op het stompje dat er nog is. Wonderbaarlijk, dat dat kan, we staan in een half uur weer buiten en ze hoeft niet meer terug. Ze is nog steeds heel chagrijnig en ik breng haar dus maar eerst naar huis voordat ik boodschappen ga doen. Als ze toch mee wil, zeg ik tegen haar dat ik geen zin heb in scenes bij de supermarkt. "Nou, dan ga ik toch niet mee", zegt ze, en slaat al scheldend nog maar eens een deur dicht.
Nee, inderdaad, ze gaat niet mee. Ze mag lekker even in haar sop gaar koken. Ik haal ook het kettinkje met het naamplaatje op, dat ik vorige week heb besteld en verwacht oorlog als ik daarmee bij haar aankom, maar dat valt heel erg mee. Sterker nog, als ze het kettinkje eenmaal om heeft, zegt ze dat het heel belangrijk is en dat ze het niet kwijt mag raken. We zijn weer 'on speaking terms'.

Ik ga thuis eten. Dat betekent dat ik een paar uur weg ben, van een uur of half vijf tot half negen. Het is inmiddels al zo dat ik nauwelijks weg durf, dat ik haar tien keer moet vertellen dat de thuiszorg haar zo eten komt geven, dat ik de tv vast aanzet in de hoop dat ze daarbij blijft zitten en toch weet ik al bijna zeker dat ik weer een of andere onaangename verrassing krijg als ik terug kom. En die is er ook, al is het dan te overzien dit keer. Als ik aan komt rijden knal ik bijna tegen een grote zwarte emmer aan die midden op de weg staat, niet op haar oprit, maar echt op de weg (wat gelukkig geen drukke weg is). De emmer zit vol met blaadjes, die ze blijkbaar bij elkaar heeft geveegd en in de container wilde gooien. Waarschijnlijk is toen ineens haar aandacht afgeleid en heeft ze die emmer op de grond gezet, misschien wilde ze even met de buurvrouw praten of was de hond ontsnapt, waarna ze die emmer compleet is vergeten. Even later zie ik dat ze de tuinslang helemaal van de haspel heeft afgerold en de haspel bij de drinkbak van de paarden heeft gezet, waarschijnlijk in een goedbedoelde poging die drinkbak te vullen, wat niet gelukt is. Het is een heel gedoe om het hele ding weer opgerold te krijgen.
Mijn moeder zit te slapen in de woonkamer. Het is daar 22 graden, maar ze zit met een deken over zich heen op de bank bij de kachel. "Waar zijn alle anderen?" vraag ze als ik thee gemaakt heb en 'maar' twee kopjes neerzet. "Welke anderen", vraag ik. "Nou, er waren toch net een heleboel mensen hier?" Ze weet niet meer wie of wat en zegt dan ook dat ze het misschien gedroomd heeft, maar nog geen minuut later vraagt ze het weer opnieuw. En opnieuw en opnieuw. Een beetje zappen op de tv leidt haar aandacht af en dat helpt uiteindelijk.

Als ik naar bed ga, bedenk ik me dat ik echt helemaal niets voor mezelf heb kunnen doen vandaag, behalve dan even in dit dagboek schrijven. Het is eigenlijk gekkenwerk maar ik heb nog steeds geen alternatief bedacht en ik troost me met de wetenschap dat het tijdelijk is.

9 April

Vannacht, voor ik naar bed ging, heb ik de tv bij mijn moeder uitgezet. Ze lag diep te slapen en heeft er niets van gemerkt.
Vanmorgen is ze uitgeslapen en vrolijk en zegt dat ze goed geslapen heeft, dus misschien moet ik die tv maar vaker uitzetten. Wel heeft ze weer de nodige problemen met zich aankleden. Ze is er twintig minuten mee bezig en is dan nog vergeten een onderbroek aan te trekken, dus na het ontbijt gaan we naar de badkamer en help ik haar met aankleden en haar gebitsprotheses, want daarmee loopt ze ook te 'klapperen'. Tenslotte praat ik haar min of meer de deur uit om haar hond uit te gaan laten en denk even snel wat te kunnen werken. Dat blijkt een ijdele hoop. Als ik even naar de wc wil voordat ik naar boven ga, zie ik dat alles daar onder de poep zit. Getver. Tegen de tijd dat ik alles schoongemaakt heb is mijn moeder natuurlijk alweer terug.

B van de thuiszorg komt. Ze zou vandaag een paar uurtjes met mijn moeder op stap gaan, maar heeft daar bij nader inzien toch geen tijd voor. Jammer, ik had dan mooi even ongestoord wat kunnen doen. In plaats daarvan zitten we in de tuin de tijd weg te kletsen en raak ik steeds meer overtuigd van de gedeeltelijke overbodigheid van de thuiszorg zoals die nu geregeld is. B wordt door een wesp gestoken, of waarschijnlijker op dit moment, een bij, en ik voorzie haar van ammonia en azaron. Ze doet me de suggestie om een zorgboerderij te beginnen, maar ik moet er niet aan denken. Eén demente bejaarde is al meer dan genoeg, ik ga er niet m'n beroep van maken.

Vanmiddag ga ik met mijn moeder naar de huisarts. Het heeft de nodige discussies gevergd, waarbij ze deed alsof het allemaal voor mijn lol was en tegen haar gericht, maar pas toen ik duidelijk liet merken dat het me geen bal meer kon schelen of ze nou wel of niet naar de huisarts zou gaan, wilde ze definitief toch wel gaan. Als we dan eindelijk bij de huisarts zitten, weet ze niet meer waarom. En als ik haar vertel wat de reden is, zegt ze dat we dat niet tegen de huisarts mogen vertellen. Ik vertel het natuurlijk wel tegen de huisarts, zo gemeen ben ik wel. Hij controleert haar bloeddruk, waar (130/80) niets aan mankeert en we krijgen een labformulier mee om bloed te laten prikken. Als we weer buiten lopen, zegt ze triomfantelijk: "zie je wel, mijn bloed is helemaal goed, ik mankeer niets, ik zei het toch".
Maandag ga ik met haar naar het ziekenhuis om bloed te laten prikken.