22 Maart

De lente begint met een crisisdagje. Eerst belt mijn moeder halverwege de ochtend dat 'ze' vergeten zijn om haar eten te geven, dat ze nu zelf een maaltijd moet opwarmen en dat ze niet weet hoe dat moet. Ik leg haar uit dat ze nu een boterham kan eten en dat die maaltijden voor 's avonds zijn. Ze reageert verbaasd, ze gelooft me niet echt en mompelt iets van dat iedereen maar denkt dat ze haar van alles kunnen wijsmaken. Ik zeg ook dat T straks komt en dan reageert ze nog verbaasder en ook geïrriteerd. "Wat komt die doen? Waar is dat goed voor? Moet ik nou soms alweer in bad"? Ander onderwerp dus. Het mooie weer, of ze goed geslapen heeft, of de hond nog kan lopen na de wandeltocht van gisteren ..... Maar ze reageert alleen met warrige antwoorden en weet überhaubt niet meer of ze geslapen heeft, laat staan waar.

Later belt T me. Zij heeft ook al geconstateerd dat het vandaag niet goed gaat met mijn moeder. Ze is totaal in de war en reageert zeer afwijzend op hulp. De hond heeft weer in huis geplast en het bed van mijn moeder is onbeslapen. Voorzover ik me nog niet had voorgenomen weer bij mijn moeder te gaan bivakkeren, besluit ik op dat moment dat ik haar niet meer alleen kan laten. Ik praat er even met T over, maar die ziet ook geen andere oplossingen aangezien een gedwongen opname nog niet aan de orde is.

Na het eten bel ik mijn moeder om te zeggen dat ik eraan kom en dat ze dus niet alles moet afsluiten, en dan krijg ik een verhaal waarbij de gemiddelde luisteraar zou denken dat ze aan de LSD heeft gezeten. Ze is weer een beest kwijt maar kan me niet duidelijk maken wie of wat. Ik zeg dat ze maar even rustig moet blijven en dat ik er aan kom. Als ik dan een half uur later met mijn man samen in de buurt van haar huis ben, zien we een soort tuinkabouter in het licht van de koplampen opdoemen. Mijn moeder in een dikke jas met bontkraag, die ze scheef heeft dichtgeknoopt en haar wollen muts, waar haar lange grijze haren onderuit hangen. Alsof dat nog niet genoeg is om een argeloze voorbijganger de schrik aan te jagen, loopt ze daar met in de ene hand een zaklamp en in de andere een hark. Hoewel ik redelijk geshockeerd ben door het plotselinge beeld, krijg ik ook de slappe lach. Als we de auto hebben geparkeerd halen we haar op van de straat. Ze is een beest kwijt, zegt ze, maar ze kan niet vertellen welk beest. Inmiddels hebben gezien dat zowel de hond als de kat gewoon in huis zijn en dat zeggen we ook. "Ja maar, die andere is er niet", zegt ze dan. "Welke andere", vraag ik. Ze komt er niet uit. Ze weet niet of het een hond of een kat is, "het" is een beetje wit en het heeft haren, dat weet ze wel. We nemen haar mee naar binnen en ik maak een beker chocolademelk voor haar. Ze blijft maar door praten, steeds weer andere versies van hoe ze een plat ding uit de vijver heeft gevist. Dat ding was aan het verdrinken en ze was blij dat het haar lievelingetje niet was (ze bedoelt haar kat) en verontschuldigt zich dan gelijk bij de hond, want dat is ook een lievelingetje. Wat dat ding dan was??? We komen er niet achter.  Maar als iemand anders haar zo op straat zou hebben zien lopen, hadden ze waarschijnlijk de politie gebeld. Zo ver is het nu dus.

Uiteindelijk is ze wat rustiger en zegt ze: "eigenlijk zouden al die rare verhalen van mij opgeschreven moeten worden, dan heeft iemand er tenminste nog wat aan". Ik zeg maar niet dat ik daar al een tijdje mee bezig ben, maar het voelt haast alsof ze haar toestemming geeft voor mijn schrijfsels die ik zo angstvallig voor haar verborgen houd. 
Ook zegt ze dat het zo gek is, dat ze zich soms realiseert dat ze rare dingen zegt, maar soms, zoals nu met dat beest wat ze kwijt is, gelooft ze dat echt en moet ze uiteindelijk maar aannemen dat ze het fout heeft, terwijl ze het niet zo voelt.
Mijn man gaat naar huis en ik blijf achter. Mijn moeder heeft niet eens in de gaten dat er iets anders is dan anders. We praten nog een tijdje over haar Alzheimer, over dat het niet zeker is hoe het proces verder verloopt, dat het nog wel jaren kan duren. Ze wil dat steeds opnieuw horen en die strohalm gun ik haar wel.
Ik maak haar slaapkamer in orde en dan gaat ze naar bed als een braaf kind.


23 Maart

Wat is lente toch lekker! Ik vind het vandaag niet erg om op mijn moeder te passen. We brengen de dag door met in het bos wandelen, buiten koffie drinken, bloemen kopen voor in de bloembakken. Vanmorgen vertel ik aan T over de rare toestanden van gisteravond en die herkent het verschijnsel gelijk: ze heeft hallucinaties. Dat is weer een nieuwe fase in het Alzheimer proces.
Mijn moeder heeft het er al weken over dat ze weer bloemen in de bakken wil, maar tot nu toe hebben we dat nog afgeremd vanwege de kans op vorst. Vandaag is het zo warm dat het er dan maar van moet komen. We gaan naar een kwekerij en halen alle viooltjes die ze hebben. Als we terug zijn zet ik alles klaar zodat mijn moeder ermee aan de slag kan, maar dat blijkt een forse misrekening. Ze heeft ontelbare jaren de bloembakken met viooltjes gevuld, maar nu krijgt ze het niet meer voor elkaar. Ik probeer het nog door alles aan haar voor te doen, maar dat vergeet ze weer, dus uiteindelijk moet ik haar plantje voor plantje en handeling voor handeling instrueren. Na twee bakken gaat me dat te lang duren en neem ik het maar over. Ik laat haar helpen door dingen aan te geven en bijvoorbeeld een gieter met water te halen. Nadat ik haar eerst een paar keer opnieuw moet vertellen waar de gieter staat, komt ze uiteindelijk met een gieter water aanlopen. In een flits zie ik de damp eraf slaan ...... ze heeft er kokend water ingedaan, en ik kan nog net voorkomen dat ze de nieuwe viooltjes levend kookt. Ik oefen ondertussen mijn mantra: geduld, geduld, geduld. We moeten morgen opnieuw naar de kwekerij, want we kunnen maar net de helft van de bakken vullen.

Ik heb de maaltijdbegeleiding niet afgebeld en tegen vijf uur ga ik de hond uitlaten zodat ik er niet ben als de thuiszorg komt. Ik ben nog maar net de bocht om of ik zie mijn moeder achter me aan komen. Ik breng haar weer terug naar huis en dan komt precies de dame van de thuiszorg aanrijden. Het is afspraak dat ik afbel als ik er zelf ben, dus ik voel me bijna betrapt, en excuseer me met een stom smoesje. Het maakt die dame natuurlijk geen bal uit. Ze zet een maaltijd in de magnetron en ik ga maar weer met de hond lopen. En als ik opnieuw net de bocht om ben, komt mijn moeder me alweer achterna lopen. Ze is compleet vergeten dat iemand haar maaltijd staat op te warmen. Ik moet haar dus weer naar huis brengen, want ze laat zich niet naar huis sturen.

Ze is heel erg dement aan het worden maar vandaag heeft ze genoten van de lente en van het leven. Het is wel duidelijk dat ze niet meer alleen kan zijn.

24 Maart

Weer een warme dag vandaag, maar liefst 20 graden en dus heerlijk weer om in de tuin aan de gang te zijn. Er is niet zoveel bijzonders te melden vandaag. Zolang ik bij mijn moeder ben en ik haar en de beesten in de gaten kan houden, is alles redelijk onder controle en is mijn moeder een stuk rustiger. Vanmorgen, terwijl B er is, komt de postbode met een kaartje van mijn ene zus. Ze is er blij mee en vertelt het enthousiast tegen B, maar ik hoor dat ze mijn zussen verwisselt. Wie precies waar woont en wie kleinkinderen heeft, kan ze niet goed meer uit elkaar houden.
Vanmiddag, als ik met de rest van de bloembakken bezig ben, gaat mijn moeder met de gieter de planten water geven. Ineens zie ik dat ze niet alleen de planten, maar ook de grote keien, die her en der in de tuin liggen nat giet. Als ik zeg dat ze alleen maar de planten water hoeft te geven, beweert ze heel stellig dat die stenen ook echt water nodig hebben.
Ik probeer af en toe zelf ook nog even aan het werk te komen, maar dat lukt maar heel sporadisch. Gelukkig gaat mijn moeder vroeg naar bed.