Week 46
9 November
Het beloofde dagje dierentuin met onze moeders begon al vroeg. Alleen, voordat we mijn moeder in toonbare kleren hadden, de beesten waren verzorgd en we met z'n allen bij de dierentuin waren was de ochtend toch al voor een groot deel voorbij. Gelukkig kunnen onze moeders goed met elkaar overweg, dat heb ik vroeger wel anders meegemaakt met mijn grootouders, maar nu kunnen we, om het maar even oneerbiedig uit te drukken, twee vliegen in één klap slaan. Bij de kassa kochten we allemaal abonnementen en mijn moeder had geluk, door een typefoutje kreeg zij een abonnement voor twee jaar voor de prijs van één jaar. Hopelijk kan ze er nog twee jaar van profiteren. Daarna gingen we rechtstreeks naar de koffie met appelgebak en pas daarna ging het beestjes kijken beginnen. Het was eigenlijk best leuk en we hebben er dan ook ongeveer tot sluitingstijd rondgeslenterd. Het is grappig hoe zo'n dierentuin, hoewel in de loop der jaren drastisch verbouwd, toch generaties lang herinneringen blijft oproepen. Als klein kind kwam ik er al met mijn oma, toen ging ik met haar mee. Later, als tiener, nam ik mijn oma mee in een rolstoel. Nog weer later ging mijn moeder met mijn kinderen en nu gaan wij met haar, alsof zij het kind is. En om te zien dat die oudjes zo genieten van die dierentuin, maakt zo'n dagje ook voor ons de moeite waard. Wij kijken meer naar onze moeders dan naar de beesten. Het was een compleet 'kinderfeestje' met 's middags een bord patat met kroketten en 's avonds pannenkoeken, waarna we nog bij mijn schoonmoeder koffie zijn gaan drinken.
Op de terugweg zat ik alleen met mijn moeder in de auto en toen zei ze dat ze blij zou zijn als het gesprek in het ziekenhuis voorbij was want dan kon ze haar leven weer gaan opbouwen. Ze verwachtte er niet echt iets goeds van, zei ze, maar dan wist ze tenminste waar ze aan toe was. Ze zei ook dat ze zich zo'n zorgen maakte hoe het met ons moest, waar wij dan zouden moeten wonen als zij het huis uit moest. Ze vertelde een verhaal van iemand die dement werd en die naar een tehuis moest. Haar dochter woonde bij haar in en die moest toen ook het huis uit. Ik vraag me af wat er af en toe allemaal door haar hoofd spookt. Of ze er bijvoorbeeld zelf rekening mee houdt dat ze een keer naar een tehuis moet. Ik durf daar nog niet echt met haar over te beginnen, ben ook bang dat ze dan misschien gaat denken dat ik daarop aanstuur.
Ze zei dat ze het zo gemeen vindt dat uigerekend zij Alzheimer krijgt, terwijl ze verder zo gezond is dat ze nog tot haar honderdste van alles had kunnen doen. Tja, dat is ook gemeen. Het is gemeen voor iedereen die Alzheimer krijgt.
Overigens was de hele dag haar vergeetachtigheid luid en duidelijk aanwezig, dat vergeet ik (ik ook?) bijna te vermelden. Het went blijkbaar. Het zijn niet alleen de gaten in haar geheugen maar ook de gaten in haar vermogen om dingen te vertellen. Ze vergist zich doorlopend met woorden en begint soms halverwege een zin ineens aan een heel ander verhaal waardoor er geen touw meer aan vast te knopen is. Ze weet het en daarom praat ze stukken minder dan ze altijd deed. Dat is enerzijds wel lekker rustig maar anderzijds ook pijnlijk om te zien.
11 November
Gisteren aan het eind van de dag belde een aannemer dat hij vandaag om 8 uur een klusje zou gaan doen aan het huis van mijn moeder. Het was correct dat hij mij daarover belde, zo is dat afgesproken. Wel vervelend was dat hij op het laatste nippertje belde. Ik moest mijn moeder bellen om te zeggen dat er 's morgens vroeg mensen zouden komen om te werken. Uiteindelijk was het ook duidelijk dat ik daar om 8 uur zou moeten zijn omdat het nou eenmaal niet zeker te regelen is dat mijn moeder op tijd op is om die mensen binnen te laten. Ik had dus de wekker om half 7 gezet en stond om half 8 klaar om de auto in te stappen toen de aannemer belde dat het toch niet doorging omdat er een onderdeel niet op tijd binnen was gekomen. GGGGGRRRRRRR #%@&
Ik ben toch maar naar haar toe gegaan, er is tenslotte nog veel meer wat daar moet gebeuren. Mijn moeder was al op. Of eigenlijk moet ik waarschijnlijk zeggen: was nog op. Ze wist niet meer zeker of ze goed geslapen had, ze dacht van niet. Eigenlijk wist ze überhaubt niet meer of ze geslapen had. En ik weet hoe dat werkt: als je bang bent dat je niet op tijd wakker wordt, slaap je niet goed. En in haar geval is ze misschien wel zo bang geweest dat ze maar niet is gaan slapen. Maar zoals gezegd: ze wist het zelf niet meer.
Nadat we eerst maar eens flink aan de koffie zijn gegaan, ben ik haar "tijdelijke" slaapkamer gaan opruimen. Ze slaapt nog steeds op de bank in de woonkamer maar we hopen dat ze haar nachtelijke intrek gaat nemen in een andere kamer als die gezellig is en voorzien van een tv. De oude slaapkamer boven is onbruikbaar omdat we daar de vloerbedekking uit hebben gehaald en geen haast maken met het leggen van nieuwe. Het gesleep met hond en kat op de stijle trap lijkt ons nou eenmaal niet echt een oplossing voor de lange termijn en omdat dergelijke veranderingen onbespreekbaar zijn als we het op de rechtstreekse manier doen, proberen we op een slinkse manier onze zin te krijgen door gebruik te maken van haar vergeetachtigheid. Tja, eigenlijk komt het daar dus op neer.
Mijn moeder heeft grote moeite met het wegdoen van spullen, ze is kampioen in het verzamelen van de meest onzinnige en onbruikbare troep en het lijkt wel alsof ze er trots op is en of ze er deels haar identiteit aan ontleent. Met een grote, stralende lach loopt ze overal te verkondigen dat ze niks weg kan doen en ze doet niets weg omdat ze er heilig in gelooft dat ze nou eenmaal iemand is die niets weg kan doen. En zo blijft het cirkeltje rond. Het opruimen van haar kamer vereist dus dat ik continu moet zorgen voor afleiding waardoor mijn moeder uit de buurt blijft zodat ik stiekem toch iets drastischer kan opruimen dan wanneer zij in de buurt zou zijn. Maar soms moet ik toch haar toestemming hebben, zoals voor een lelijke, kapotte, beschimmelde stoel, die ik nou eenmaal niet ongemerkt in een vuilniszak kan wegmoffelen. Zodra zij, na een hoop gesoebat en 38 argumenten verder in een moment van zwakte toestemt gaat daar dan ook direct letterlijk de botte bijl in zodat ze er niet meer op terug kan komen. Als zij niet toestemt kiezen we nog wel eens voor de weg van "uit het oog uit het hart" oftewel, we bergen iets zolang op in de schuur zodat het niet in de weg staat en voeren het dan later, wanneer ze het bestaan ervan vergeten is, alsnog af. Is dit onethisch? Ik troost me met de gedachte dat als zij dood is al die spullen ook regelrecht in de container zullen belanden en dat ze er nu toch alleen maar voordeel van heeft als ze wat meer orde en ruimte om zich heen heeft.
In ieder geval was een paar uur later de kamer opgeruimd en zelfs redelijk gezellig. Ik had een oude cdspeler in ere hersteld en de muziek deed ook wonderen. We hebben er thee gedronken. Mijn moeder was helemaal opgetogen en vond het geweldig. En toen we het hadden over haar oude slaapkamer waar we nog vloerbedekking moesten leggen, ontkende ze dat ze daar ooit had geslapen. Dat was vroeger de slaapkamer van mijn vader geweest, zei ze, en zij had de laatste jaren altijd in de woonkamer geslapen. Mijn bek viel open. Dat het zo snel zou gaan had ik nou ook weer niet verwacht.
Vanavond zouden we naar een feestelijk jubileum gaan en ik stelde haar voor dat ze maar even een paar uurtjes moest gaan slapen omdat het vanavond laat zou worden. En zo geschiedde. Ze wilde de muziek aan en heeft vervolgens, met hond en kat, een paar uur heerlijk liggen slapen.
Vanavond was het dus feest. Mijn moeder herkende sommige mensen wel en sommige mensen niet. Ze was bang als een klein kind om mij uit het oog te verliezen maar ook zichtbaar blij als ze werd aangesproken door oude bekenden. Ik moest zelf steeds laveren tussen bijkletsen met vrienden en mijn moeder gezelschap houden en ik was dus ook blij als ze werd aangesproken door oude bekenden, dan kon ik er even tussenuit knijpen. Al met al heeft zij in ieder geval wel genoten maar was ze aan het eind van de avond doodmoe. Zo moe dat ze toch maar weer op de bank ging slapen want, zo zei ze, ze moest eerst nog even rustig wennen aan dat andere bed. Maar eerlijk gezegd denk ik dat ze gewoon nog even tv wilde kijken.
Vrijdag de dertiende
Vannacht om 3 uur ging de telefoon. Het was mijn moeder, wie anders, die vroeg of ik er zo aankwam omdat ze naar de griepprik moest. Toen ik zei dat het nog midden in de nacht was en dat ze naar bed moest gaan en dat we pas 's middags zouden gaan, zei ze dat ze het al zo donker had gevonden en dat het kwam door de tv, die verkeerd stond. Vanmorgen vroeg belde ze me weer wakker, met dezelfde vraag.
Toen ik vanmiddag bij haar kwam liep ze heel zenuwachtig te doen. Toen ik er naar vroeg zei ze dat ze dacht dat ze de hele nacht niet had geslapen en ze had ook nog niet gegeten. In de sporthal waar de inentingen werden gegeven, gaf ik het verplichte formuliertje af aan de prikzuster die vervolgens aan mijn moeder vroeg om haar arm te ontbloten. Maar dat ging zomaar niet. Mijn moeder moest en zou eerst "het papier" aan de zuster geven, ook toen die zei dat ze dat al had. Dus haalde ze haar hele tas binnenste buiten en vond uiteindelijk een informatiefoldertje over de griepprik dat ze triomfantelijk liet zien. Toen kregen we haar zo ver dat ze haar jas uit en haar muts af deed. Vervolgens probeerde de zuster haar mouw op te stropen maar die zat veel te strak dus moest die arm uit de mouw. Eerst één trui, toen een t-shirt met lange mouwen, toen nog een trui en toen nog een t-shirt met lange mouwen en toen kon eindelijk de spuit erin. Het was buiten 15 graden boven nul en zij was gekleed alsof het 15 graden onder nul was. Daarna moesten natuurlijk alle lagen weer aan en toen konden we vertrekken. En over drie weken mogen we op herhaling.
Ik was vreselijk moe en had hoofdpijn maar toen we koffie zaten te drinken bleef mijn moeder maar door ratelen, waarbij ze steeds in herhaling verviel en soms hele rare dingen zei. Ook zei ze dat ze zo blij was dat ze tot haar dood in haar huis mocht blijven. Toen vroeg ik wat ze zou willen als er een moment kwam waarop ze niet meer alleen zou kunnen wonen en toen reageerde ze direct dat ze prima voor zichzelf kon zorgen en dat ze wel 'een pil' zou nemen als ze dat niet meer kon. Ik vroeg of ze vond dat ze helemaal geen hulp nodig had en toen antwoordde ze dat ze alles prima alleen kon. Ze zei dat ze af en toe gewoon een beetje lui was en geen zin had om naar de winkel te gaan en het dan wel lekker vond als wij 'een boodschapje' voor haar konden meenemen.
Ze zag dat ik moe was en zei dat dat wel logisch was omdat ik zoveel tijd kwijt was aan de verhuizing van mijn kinderen. "Huh? De verhuizing van mijn kinderen? Er is er maar één aan het verhuizen maar ik ben minstens tien keer zo vaak hier bij jou als bij hem". Maar nee, dan bedoelde ze de andere kinderen. "De andere kinderen wonen thuis, die zijn niet aan het verhuizen" zei ik. "Ja, maar die gaan nog wel een keer verhuizen" was haar reactie. Tja, daar kon ik geen zinnig weerwoord meer op bedenken.
Ik merk dat ik er moeite mee heb als ze haar hulpbehoevendheid zo ontkent. Ik voel me dan gebruikt en miskend en zeker als ik zo moe ben moet ik ervoor waken niet in de valkuil van welles-nietes discussies te belanden die uiteraard niets opleveren. Het is natuurlijk heel logisch dat zij probeert nog iets van haar eergevoel te redden door te zeggen dat ze nog alles zelf kan en al mijn hulp weliswaar prettig is maar totaal niet nodig. Of ze er zelf in gelooft of niet weet ik niet maar omdat morgen alles weer anders en vergeten is, heeft het helemaal geen zin om mijn gelijk te willen halen.
14 November
We zijn niet zo lang bij haar geweest vandaag. Alleen de boodschappen gebracht, koffie gedronken en even naar het schaatsen op tv gekeken. Ondertussen zat ze te vertellen dat ze naar de intocht van sinterklaas had gekeken. Dat was zó leuk geweest met al die pieten, ze praatte er zo enthousiast over dat ik denk dat ze over een tijdje weer in sinterklaas gaat geloven. Ze waren met de boot aangekomen maar ze wist niet meer waar. Toen ik in de tvgids had gezien dat dat in Schiedam was zei ze "oja, dat is waar ook, het was in de buurt van waar je dochter heeft gewerkt" (ze bedoelde mijn zoon die in Zaandam heeft gewerkt; als ze de namen van mijn kinderen niet meer weet heeft ze het altijd over "je zoon" of "je dochter"). En ze had het weer over Hugo Claus die het "wel 88 jaar" had volgehouden terwijl hij Alzheimer had maar toen had ze toch in de gaten dat dat niet helemaal klopte. Ik vroeg haar hoe dat nou in haar hoofd ging, of ze 10 bedoelde maar het woord tien niet meer kon bedenken of dat ze ook met het aantal 10 in de war was. Maar die vraag was ook een beetje te lastig om te beantwoorden. Vorige week had Hugo Claus het trouwens nog 200 jaar volgehouden. Ze heeft het er heel vaak over. Het lijkt alsof het nog een beetje een strohalm voor haar is, dat ze het ook met Alzheimer nog een aantal jaren kan volhouden.
Overigens had ze toen wij er aan het eind van de middag waren de hond en de kat nog geen eten gegeven. Ze wist zich wel te herinneren dat ze de hond had uitgelaten want toen was ze een bekende tegen gekomen.
15 November
De vijfde keer in één week dat we bij haar zijn. Als we aankomen staat ze net op het punt de hond uit te laten en ze is opgetogen dus we maken geen opmerkingen over haar outfit (een totaal kapotte versleten jas, rubberlaarzen die vier maten te groot zijn, een wollen muts en handschoenen die echt niet nodig zijn bij een temperatuur van zo'n 14 graden) waarmee ze zich tussen de andere zondagse wandelaars begeeft. Meestal proberen we haar nog een beetje in het maatschappelijk geaccepteerde kledinggareel te houden om haar (en waarschijnlijk onszelf) tegen afkeurende blikken te beschermen maar nu zou ze waarschijnlijk meer last hebben van onze opmerkingen dan van die blikken. Mijn man is weer druk met het zoveelste mannenklusje in haar huis, dit keer legt hij extra buitenverlichting aan zodat mijn moeder niet meer zo afhankelijk is van een zaklamp die ze niet kan vinden of waarvan ze de batterijen niet kan vervangen. Ik ruim de rotzooi in de keuken op, we drinken koffie en we geven haar een sinterklaasprul die we voor haar meegenomen hebben, een juten zakje met pepernoten erin en mijn moeder is zo blij als een klein kind. Ze kijkt triomfantelijk als ze zegt dat ze wel weet dat ik de sinterklaas ben. "Is het morgen sinterklaas?" vraag ze. En vervolgens zit ze honderd uit te praten waarbij ze twee totaal verschillende gebeurtenissen, zowel qua inhoud als qua tijd door elkaar weeft. Uiteindelijk gaat het ongeveer over Ard Schenk en Kees Verkerk die een wedstrijdje aan het skieën waren in 1950 waarbij mijn vader won.
En dan zegt ze dat we niet moeten vergeten dat ze dinsdag weer een griepprik moet hebben. "Nee, dinsdag moet je naar het ziekenhuis voor de uitslag van het onderzoek" zeg ik. "Oja, dat was het. Maar ik voel gewoon dat er niets aan de hand is, ik denk dat ik geluk heb en ik hoop dat ik een goede arts heb die dat ook ziet".
Ik hou m'n hart vast voor dinsdag. Na de scenes op 27 oktober weet ik zo ongeveer wat ik kan verwachten als een hulpvaardige geriater-in-opleiding tegen mijn moeder over thuiszorg begint. En ik weet niet of ik dat nou moet proberen te voorkomen of het maar moet laten gebeuren.